Op bezoek bij Jaap Olsthoorn

Jaap staat al lang op mijn verlanglijstje om eens een babbeltje mee te maken. En dit is de beste tijd van het jaar om verlanglijstjes in vervulling te laten gaan.

Jaap (18 03 1918, dus 85 jaar) woont nog op de ouderlijke woning op de Meer en Geerweg waar hij is geboren in een gezin met 6 jongens en 2 meiden. Toen Jaap ging trouwen met Bep van Veen is hij ingetrouwd en in het voorhuis gaan wonen. Naast de boerderij hadden ze vroeger ook een tuinderij. De kassen werden op dieselolie gestookt, omdat er geen gas was in het buitengebied. Dus alles werd in de tuinbouw gestookt met dieselolie dat door de jaren heen flink in prijs gestegen was. Jaap kan zich de tijd nog heugen dat een ton dieselolie slechts f. 52,00 kostte, waar hij vele jaren later net zo makkelijk f. 500,00 voor betaalde. Het gas is er pas sinds pakweg 8 jaar. Ze verbouwden in kassen groenten, sla, tomaten e.d.

Jaap en Bep kregen drie kinderen Nel, Ria en Cees. Cees runt nu het bedrijf en de boerderij is langzaam maar zeker omgebouwd van koeienveehouderij naar paardenliefhebberij. Door de hogere kosten, milieueisen, melkquotum e.d. is de overstap gemaakt. Nu wordt er pension geboden aan 65 paarden. Zelf hebben ze natuurlijk ook paarden, want dat Jaap daar gek op is moge duidelijk zijn, want als ik na de hartelijke ontvangst aan tafel zit, hangen daarboven heel veel foto’s ingelijst. Veel actiefoto’s op de baan, maar ook poserend naast juweeltjes van door de jaren heen.

In 1934 kwam de eerste harddraver het erf op en de ouderen onder ons kennen allemaal de bekendste uit de stal Olsthoorn, David O, nog wel. David O deed zijn krachttraining tijdens het werk op het land bij het maaien en hooien. De snelheid was hem eigen en hij heeft prijzen in de wacht gesleept. Jaap is op dat moment pikeur geworden en dat is hij nog. Paarden zijn zijn lust en zijn leven. Tegenwoordig moet je een opleiding volgen, maar vroeger stapje je er gewoon op.

In 1988 moest hij op zijn 70ste stoppen met het renbaanwerk. Neemt niet weg dat hij bijna elke zondag nog op de renbaan te vinden is waar de eigen dravers Rythm Triton en Soulmate Triton regelmatig de benen strekken met zoon Cees op de sulky. Als de paarden moeten lopen is Jaap er gewoon bij, ongeacht in welk deel van het land of zelfs over de grens in Duitsland. De paarden blijven in vorm en Jaap er bij, want elke dag staat Jaap vroeg op om de paarden te poetsen. De paarden moeten naar buiten om uit te rijden en los te rijden. Hij houdt zich alleen bezig met de eigen koerspaarden, die worden elke dag getraind. Dus inspannen, warm lopen en trainen. Twee dagen per week worden de dravers op snelheid getraind door zoon Cees, kleindochter Cathy en (kind aan huis) Jessica.. En Jaap op zijn beurt rijdt ze uit. Daarna worden de paarden gewassen en krijgen ze een zweetdeken om. Weer of geen weer, het maakt Jaap niet uit. Hij kleedt zich goed warm aan en door in beweging te blijven, blijft hij warm. Dan moet ook het hooi klaargezet worden, tuigenkamer schoonmaken en boxen opstruien. Lekker bezig blijven en doorgaan met ademen, is het advies van Jaap.

Hij is door de jaren heen regelmatig gehuldigd en in november werd er op Duindigt gereden op de dag van oud pikeurs om de Jaap Olsthoornprijs. Er is een artikel aan hem gewijd in de Draf en Rensport van de maand november. Op de kleurenfoto staat een stralende Jaap bij de winnaar, in gezelschap van zijn zoon Cees en kleindochter Cathy en Jessica. Coryfeeën zoals Dooyeweerd en de Vlieger zijn op zulke dagen natuurlijk ook van de partij.

Jaap laat mij het erf zien dat vol staat met stallen, gevuld met kanjers van paarden. Hij showt draver Soulmate Triton en Rythm Triton en laat mij zelfs het heilige der heilige zien. Een loods waar Jaap zijn werkruimte heeft. Van top tot teen gevuld met allerlei materialen, tuigen, hoefijzers, touwtjes, gereedschap. Verschillende soorten hoefijzers worden getoond, we hebben het over rotstralen, waar ik altijd een andere betekenis aan gegeven heb. Het schijnt iets te maken hebben met het staan van de paarden in de bijtende urine, dat in de hoef gangen maakt. Hoeven die aangepast zijn waardoor ze aan de voorkant wat lager zijn en het paard iets naar voren overhelt en hierdoor meer gang maakt. Het ruikt er heerlijk naar ingevet leer. Ik bewonder de twee buitenbakken, de binnenbak met lekkere warme kantine die zicht biedt op de binnen en buitenbak. De renbaan in het land er achter. Overal op het erf zie ik slaperige poezen in het hooi liggen of achter Jaap aandrentelen. Maar als Jaap richting huis loopt zijn ze wakker en komen er minimaal 5 katten achter hem. Ze strijken langs zijn benen en vragen om aandacht of om melk. Ze blijven hierop buiten netjes wachten.
Weer terug naar huis fietsend, denk ik dat ik ook wel op die manier oud wil worden. Zelfstandig blijven wonen, actief kunnen blijven en lekker met beesten in de weer zijn. Wat wil een mens nog meer?

Petra Oliehoek van Es