Als een man ’n pijntje heeft kan hij heel kiepig doen en vrouwen gaan gewoon door. Dat is een feit. Mijn vingers doen zeer. Mijn armen doen zeer. Eigenlijk doet alles zeer. Zal de tweede griepgolf van het jaar mij ook treffen? Of gaat ze weer mijn deur voorbij en blijft het bij kwakkelen. En onder kwakkelen versta ik dat ik dan meestal op vrije dagen een zielig hoopje chagrijn ben maar zodra ik weer moet werken, opknap. Een goeie voor de baas maar een slechte voor het thuisfront….Zodra ik ook maar effe een pijntje voel dan ben ik van slag. En hoef ik op geen millimeter medelijden van mijn vrouw te rekenen. En als ik dan ook nog thuis aan de slag moet dan word ik daar niet gezelliger van…Afgelopen vrijdag begon de koppijn maar ik kon het nog aardig onderdrukken. De volgende dag stond ik weer drie uur achter elkaar op het voetbalveld, naast de dug out met windkracht 8 om de oren, kou te lijden. De C5, het team van mijn oudste zoon, ging rusten met een 5 1 voorsprong dus dat gaf enigszins wat warmte tegen de kou, maar in de 2e helft gingen ze bijna voor schut…Eindstand 6 5…Eenmaal thuis had ik nog een uur nodig om weer op mijn dagelijkse lichaamstemperatuur te komen en toen kon ik aan de slag met mijn spreekbeurt. Mijn spreekbeurt? Nou, niet helemaal, hij is eigenlijk van mijn middelste zoon Sven…en ik moet ‘m maken..euhh..helpen. ‘We’ gaan het hebben over Greenpeace, de organisatie van de groene vrede, en ontvingen vorige week een informatiepakket wat ik bij deze organisatie opgevraagd had. Mits ik wel het eindcijfer door wilde mailen! Maar dit laatste had ik zelf voorgesteld om Sven te motiveren maar de groene medewerkster vond het eigenlijk helemaal geen gek idee. Voor wat hoort wat. Sven deelde mijn enthousiasme niet. Niet vanwege Greenpeace maar meer vanwege het feit dat hij geen zin heeft om voor de klas zijn zegje te doen: “Dan ga ik stotteren en zweten en..en..en..” “Plankenkoorts!” riep ik, en voegde daaraan toe dat we dat allemaal wel eens gehad hebben en dat het vanzelf over gaat. Youri begon zich er nu ook mee te bemoeien. Normaal gesproken zijn dat bemoeienissen waar niemand wat mee opschiet maar in dit geval liet hij zien een ware grote broer te zijn. “Je moet gewoon naar één punt achter in de klas kijken en net doen of ze er niet zijn!” Goeie tip zou ik zeggen maar Sven wuifde het weg alsof het een tip van zijn ouders was. Want luisteren naar ‘het gezag’ is niet zijn sterkste kant. Meestal moet je iets een keer of tig tegen hem zeggen voordat hij tot actie overgaat…Zijn antwoord is meestal: “Ja, wacht effe, nog even dit..” en dat is al heel wat. Maar ja, volgens zijn Meester is het gewoon een dromer en komt het allemaal wel goed. Al gauw zaten we midden in de kerncentrales, tussen de walvissen en zeehonden en schepen die gesloopt worden op tropische stranden omdat dat kosten besparend is. Na een uurtje zwoegen begon het ergens op te lijken en kon ik beginnen met een heerlijke nasi goreng te maken en voelde ik eigenlijk geen pijntje meer. De volgende dag was eigenlijk een dag voor zondagsrust maar mijn vrouw had het idee geopperd om weer eens te gaan behangen…Ik wilde me er nog van afsmoezen maar wist dat ze gewoon gelijk had, dat het nu maar eens afgemaakt moest worden En zo geschiedde. Een klus met een moeilijkheidsgraad in de categorie A omdat het de overloop betrof, dus met ladder/steigerconstructie en zo én veel strek en rekwerk. Maar het lukte, ondanks de opkomende hoofdpijn, en toen ik ’s avonds afgedroogd op de bank lag kreeg ik eindelijk een beetje het medelijden van mijn vrouw waar ik al een paar dagen om vroeg. Een aai over mijn bol en een kus op mijn voorhoofd. Héérlijk!