Muizenissen

Mijn middelste zoon, Sven, loopt al enkele weken te zeuren om hout. Hout om een zwaard van te maken. Vorige week wilde hij al met zijn spaarpot naar de Gamma om hout te kopen dus het is hem menens. Normaal gesproken heb ik altijd wel wat hout in mijn schuur liggen maar sinds ik het licht heb gezien, opgeruimd staat netjes, en ik dankbaar gebruik maak van de grofvuildienst, is er geen splinter hout meer te vinden. Ja, een paar planken die in onze trapkast dienst deden als opslagruimte. Ik heb namelijk onlangs de trapkastindeling eindelijk naar onze zin ingericht. Ik heb er ooit te brede planken in aangebracht waardoor je telkens klem kwam te zitten zodra je even iets moet pakken wat achterin lag…of het viel op de grond. Om puur praktische redenen dus en absoluut niet omdat ik het zo’n leuke klus vond. De reden dat de kast leeg gemaakt moest worden was dat er aan de traptreden gewerkt moest worden om het kraken tegen te gaan. De trap kraakte zodanig dat wanneer je naar boven of naar beneden liep, alle inwoners mee konden genieten. Omdat wij huren heb ik dit probleem bij de woningbouwvereniging voorgelegd en die gingen, geheel tot mijn verbazing, volledig mee. De volgende dag belde de aannemer al en enkele weken geleden kwam er een Timmerman nadat wij de kast helemaal leeg hadden gemaakt (de gehele keuken stond vol met tassen, dozen en kratten ..). Hij liep de kast in, pakte een doosje houtschroeven en joeg ’n stuk of vijftig schroeven in de treden. Dat hielp niets, het leek zelfs erger geworden zijn. Ik vroeg hem waarom hij er niet latjes tegenaan sloeg want dat was in eerste instantie ook de bedoeling geweest omdat de Woningbouwvereniging man daar goede ervaringen mee had gehad. “Tja”, zei de vakman, “daar heb ik nu geen rekening mee gehouden..dat staat niet op mijn werkbriefje…dan moet ik nog maar eens terugkomen..” En de vogel was verdwenen. Ik was in alles staten want nu moest ik weer een afspraak maken, vrij vragen van werk en het aller ergste, de kast uitruimen. De dame van de Woningbouwvereniging vond het allemaal heel erg en hoorde gewillig mijn relaas aan, dat het toch een schande was en dat ze het contract van de aannemer nog maar eens moesten bekijken en dat er in deze tijd dat communicatiemiddelen voor het oprapen liggen er helemaal geen communicatie meer is. Toen ik klaar was en naar adem zat te snakken, antwoordde de dame dat ze het door zou geven en zou zorgdragen dat de aannemer een nieuwe afspraak zou maken. Dit keer kwamen ze met z’n tweeën en eerlijk is eerlijk, ze hebben goed werk geleverd. Onze trap is een heus Stiltegebied geworden! Van blijdschap heb ik ‘Ed en Willem Bever’ nog staan uitzwaaien, liep daarna een keer of twintig de trap op en neer (hoe geruisloos!) en begon enthousiast met gaten boren voor de nieuwe plankdragers. Enkele uren later was de klus geklaard en na goedkeuring van mijn echtgenote en de Koningin het lintje had doorgeknipt, kon ik alles weer terugzetten.
Maar Sven vond die oude planken maar niks. Eerder kwam hij al eens met allerlei houten panelen thuis die hij gevonden had ‘langs de weg’, juist, het grof vuil van een ander. Hiervan wilde hij weer een zeepkist maken maar die kans kreeg hij niet want ik had hem alweer teruggestuurd met z’n panelen: ik mot de troep van een ander niet! Uiteindelijk zwichtte ik voor de druk en scoorde hout wat op m’n werk in een container lag.
Toen Sven het hout zag sloeg hij direct aan het werk en even later hadden alle jongens uit de buurt een zwaard en wist ik weer dat we de komende week te maken hebben met Ridders, Jonkvrouwen (Sven is al bijna 12!) en kastelen. Maar dan wel kastelen waarvan er één een hele stille trap heeft!
Arjen Veldhuizen