Op het moment van schrijven is het zondag. We zijn net een uurtje terug van een middagje Nieuwegein. De planning was om familie te bezoeken maar dat bleef beperkt tot een bezoek aan de familieleden die ons ontvallen zijn want de rest zat, zeer waarschijnlijk, op een verjaardag van mijn jongste nicht. Nu hadden we daar ook naar toe kunnen gaan maar dat lag een beetje uit koers… In Swifterbant om precies te zijn. We bezochten het graf van mijn opa en oma en van een tante en oom van mij. Die laatste is maar drieënvijftig jaar geworden. Hij was een horecaman in hart en nieren en ik was net begonnen in de horeca. Wanneer er familiefeestjes waren werd dat in zijn zaak gevierd en vaak mocht ik hem helpen. Een eer! Met familiefeestjes was hij, en zijn echtgenote, dus eigenlijk nooit vrij. Ja, toen die keer dat wij op Terschelling het 25 jarig huwelijksfeest vierden van mijn ouders. Tjonge jonge, wat zag ik die man genieten!
De jongens legden een roos op het graf van hun overgrootvader en moeder en dat deed mij best wel wat. Mijn oma heeft mijn zoon Youri als baby nog in haar handen gehad en daar hebben we een foto van. Bijzonder. Vierennegentig werd ze, een prachtige leeftijd. Ze werd wel wat ‘tuttelig’ de laatste jaren en leefde heel erg in het verleden. Als je dan bij haar was kreeg je dan ook al die verhalen van ‘toen’ te horen en besefte je pas wat een enorme waarde die verhalen hadden. Mijn opa overleed enkele jaren eerder. Hij wist op een gegeven moment dat het bijna over was en regelde alles tot in de puntjes. Zo was hij. Een groot voorbeeld voor velen. Maar liefst zestig jaar was hij organist in de St.Nicolaaskerk te Jutphaas en dan maak ik een diepe buiging want zolang heb ik het nog nooit ergens volgehouden…Dat kan natuurlijk ook niet maar neem mijn werkgevers: gemiddeld was ik steeds een jaar of acht in dienst, daarna had ik het wel gezien. Mijn opa had zijn hele leven wel dezelfde baan, namelijk smid. Ze woonden naast de smederij en later is een van zijn zonen erin gaan wonen. Wij kregen altijd een hoefijzer mee na ons jaarlijkse bezoek aan hen. Thuis op Terschelling hing de schuur er vol mee. Want een hoefijzer brengt immers geluk en dat wilden deze lieve mensen ons meegeven. En heeft het geluk gebracht? Ja, want hoe gelukkig ben je wanneer je voorgaande nog vol enthousiasme mag vertellen! Natuurlijk namen we vandaag even een kijkje bij de smederij en probeerde ik de jongens duidelijk te maken voor wat voor een historisch pand ze stonden, waar paarden werden gesmeed en de Duitse bezetter verfoeid werd, waar ook tegen een crisis werd geknokt en elke cent omgedraaid moest worden…De jongens luisterden aandachtig, wilden alles weten van hun voorouders. Sil zag dat één van de smederijraampjes schoon genoeg was om doorheen te kijken en nadat ik hem opgetild had voor een beter zicht, hoorde ik een “Ooooh!” Een zoon van mijn opa woont inmiddels alweer jaren in de smederij (alleen vandaag dus even niet, moest ook naar die bewuste verjaardag!!) en heeft er ook zijn brood kunnen verdienen tot hij met pensioen ging. Daarna werd het stil in de straat en klonk er geen hamer meer op het aambeeld en moeten we het doen met herinneringen. Met een goed gevoel gingen we weer naar huis. Goed omdat we de doden weer even hebben laten leven door over ze te vertellen. Maar we hebben het ook over de levenden gehad, hoor. Alleen waren die vandaag niet thuis! Arjen Veldhuizen