Ik weet nog goed hoe het begon.
Ik was nog een ventje van ongeveer 10 jaar toen ik voor het eerst in aanraking kwam met schaken. Het fascineerde me dat je door kunde en slimheid in staat was om je tegenstander te verslaan. Het spelletje pakte me, zoals het nu ook nog wel eens gebeurt. Op school was er een nieuwe leraar, dhr Cor Schalken, die zelf een fanatiek schaker was en het leuk vond om zijn klas ook 1 uur per week les te geven in dit mooie spel. Al snel konden er een aantal leerlingen op school schaken en was de basis voor een nieuwe vereniging gelegd.
Voor de jeugd werd er iedere week een uurtje gereserveerd onder de oude school om daar te gaan schaken in competitie verband. Ook werd er dan les gegeven. Hier konden verschillende diploma’s gehaald worden, pionnen, toren en het koningsdiploma als hoogst haalbare. (Helaas heb ik het zelf nooit verder geschopt dan het toren diploma.) Veel strijd en spanning om wie er bovenaan stond en wie tegen wie moest schaken. Toen nog potjes zonder klok of opschrijven van de zetten.
Ook werd er een senioren competitie opgezet die gelijk al heel aardig liep. De schaakvereniging ‘de Toren’ was een feit in Stompwijk en groeide gestaag verder. Een gezonde jeugdafdeling met wel 24 leden en een senioren afdeling met 27 leden. En dat op een bevolking van ongeveer 3000 inwoners…..Een prestatie van formaat!
De vereniging bleef zo 10 jaar lang intact, waarna er voor het 10 jarig bestaan een geweldig leuke trip werd georganiseerd. Men ging zeilen met alle leden. Schaakborden en stukken gingen natuurlijk mee. Bij het aan boord gaan werden de borden alleen gedoopt tot IJsselmeer borden. Een van de leden verloor zijn evenwicht bij het aan boord gaan en daar gingen de schaakborden het IJsselmeer in. John van Schie heeft de borden, hangend tussen twee planken met zijn benen weer uit het water gevist.
Het is nooit meer echt goed gekomen met de borden, een heleboel waren krom, waardoor er soms op wiebelende borden geschaakt moest worden. Het leuke was dat dan altijd de herinnering aan dat uitje weer werd opgehaald.
Marcel Zuidgeest, die altijd een heel trouw lid is geweest heeft tijdens dat uitje zijn grootste succes kunnen vieren. De IJsselmeerbokaal viel in zijn handen na een zinderende finale tegen René van Leeuwen. Geholpen door zijn secundanten (die René de nodig Schelvispekel toedienden, koppig spul ), wist Marcel hem te verschalken.
Ook op sportief gebied ging het die tijd voor de wind. Onze schaakclub wist zelfs door te dringen tot de 1e klasse van de Leidse Schaakbond, wat voor een kleine vereniging een heel goede prestatie was. Helaas is het daarna langzaam naar beneden gegaan en hebben we dat niveau door eindigen van studies, verhuizingen en dergelijke nooit lang vast kunnen houden.
In de interne competitie is er altijd veel strijd geweest. Veel spelers waren erg aan elkaar gewaagd en die strijd is altijd heel sportief en leuk geweest. Veel gezelligheid en lol was er absoluut ook. Flink doorzakken waarbij het langsrijden van John Tas in zijn vrachtauto om 5 uur in de ochtend vaak het sein was dat we toch maar eens naar huis moesten gaan.
De laatste jaren hebben we helaas enkele belangrijke pionnen binnen de vereniging zien vertrekken, waardoor we iedere keer weer schaak kwamen te staan. Door doorzettingsvermogen en vasthoudendheid wisten we ons toch weer te herstellen en nieuwe leden te werven, maar het laatste seizoen is het heel hard gegaan en is onze stelling langzaam afgebroken, waardoor we nu eigenlijk maar 1 ding kunnen concluderen:
Schaakmat!!
Onze vereniging zal opgeheven gaan worden. Via dit stukje wik ik graag iedereen die op welke manier dan ook een bijdrage heeft geleverd aan de vereniging of lid is geweest enorm bedanken voor de geleverde inspanning en wie weet vinden we elkaar in de toekomst nog eens achter een schaakbord!
John Bolleboom.