Niet te veel tegelijk willen

Een zeer geslaagde bijeenkomst in het Dorpshuis heeft vorige week duidelijk gemaakt waarvoor Stompwijk zich de komende jaren sterk moet maken. We mogen de dorpsraad wel dankbaar zijn voor dit uitstekende en goed voorbereide initiatief. Het mag trouwens wel eens gezegd dat we momenteel de beste dorpsraad sinds jaren hebben!

Onder leiding van Koos van Wissen leverde de bijeenkomst een aantal belangrijke constateringen op. Het besef leeft dat we in Stompwijk niet te veel tegelijk moeten willen. We kunnen niet èn een hoog voorzieningenniveau hebben, èn de bedrijvig heid uitbreiden èn op grote schaal huizen bouwen èn het weidelandschap plus dorpskarakter behouden. Stompwijkers die willen wonen in een omgeving die voor ‘dynamisch’ en ‘passend bij de moderne tijd’ wordt gehouden (met veel keuzemogelijkheden voor wonen, recreëren, dienstverlening, horeca et cetera) doen er verstandig aan te verhuizen. Een houding van ‘Wij eisen… en wel nú!’ zal Stompwijk geen goed doen. Terecht merkte een spreker op dat de met geldgebrek kampende gemeente zulke eisen onmiddellijk aangrijpt om Stompwijk een bouwlocatie à la Leidschenveen door de strot te duwen. Als lid van het bestuur van Erfgoed Leidschendam kan ik de Stompwijkers trouwens verzekeren dat de vereniging zich krachtig en tot het uiterste zal verzetten tegen verdere aantasting van het laatste restje agrarisch cultuurlandschap dat we in onze regio nog overhebben.

Winst is ook het idee zorgvoorzieningen in Stompwijk te combineren in een zogeheten kulturhus (zie het verslag van de bijeenkomst in deze Dorpsketting). Een kleinschalige en zeer creatieve oplossing die is geënt op de specifieke Stompwijkse omstandigheden. Prima!

Maar kritiek is óók nodig. Ik vind dat de Dorpsraad te veel accent legt op ‘vergrijzing’ en ‘het teruglopen van het voorzieningenniveau’. Dertig jaar geleden maakte men zich daar in dorpen als Stompwijk nog terecht zorgen over. Maar in een tijd waarin vrijwel ieder huishouden beschikt over één of meer auto’s en moderne communicatiemiddelen (internet!), komt het een tikje potsierlijk over om Stompwijk als een afgelegen en sociaal begrensde gemeenschap te zien. Stomp wijk is door deze ontwikkelingen in geografisch opzicht eerder te beschouwen als een buitenwijk van zowel Leidschendam Voorburg als Zoetermeer en Zoeterwoude, met veel open groen er omheen. In administratief opzicht zit het vastgebakken aan Leidschendam Voorburg, maar veel Stompwijkers zijn (het werd tijdens de bijeenkomst al vastgesteld) veel meer op Zoetermeer en Zoeter woude georiënteerd. Ik kan geen goede reden bedenken waarom voor Stompwijk specifieke maatregelen genomen moeten worden om de vermeende (nooit bewezen!) gevaren van zoiets geleidelijks als ‘vergrijzing’ te rechtvaardigen. We hoeven hier toch niet dolgeworden politici te gaan na apen die ‘vergrijzing’ aangrijpen om het land op te stuwen tot nog hogere economische prestaties en de kosten daarvan (milieu achteruitgang, verrommeling van de leefomgeving) steevast negeren?
Ik adviseer de Dorpsraad eens op werkbezoek te gaan in de gemeente Schipluiden. Men heeft zich daar niets aangetrokken van paniekerige discussies over ‘vergrijzing’ en afnemende voorzieningen. Schipluiden is gewoon zichzelf gebleven en daardoor nu een oase in een regio waar de kwaliteit van leven door oprukkend beton, asfalt, glas en stinkend blik onder grote druk is komen te staan.

Ook op de beweerde noodzaak van woningbouw in Stompwijk valt wel wat af te dingen. Het huidige liberale huisvestingsbeleid maakt inderdaad, dat Stompwijkse jongeren niet gemakkelijk in hun dorp kunnen blijven wonen als ze geen rijke pa of moe hebben. Maar datzelfde beleid heeft ook een groot voordeel: Stompwijkse jongeren kunnen veel gemakkelijker dan vroeger in elke gemeente gaan wonen. Het is trouwens maar weinig Nederlanders gegeven om op of nabij de plek te blijven wonen waar ze zijn geboren.
Het vleugje voorrangsrecht dat jongeren in Stompwijk nu genieten, zet weinig zoden aan de dijk. Maar het is zeer de vraag of ze er echt bij gebaat zullen zijn als er een nieuwe wijk wordt bijgebouwd. Ook de uitbreidingen van de jaren negentig hebben voor deze groep weinig opgeleverd. ‘Eigen volk eerst’ scenario’s doen het kennelijk in het algemeen niet goed in een tijd waarin verbanden steeds groter worden. Wellicht kan een simpele aanscherping van het huidige voorrangsrecht voor jongeren veel goed doen: iedere koop of huurwoning die vrijkomt, dient eerst aan een inwoner van Stompwijk te worden aangeboden. En voor het overige is het inderdaad zoals Rabo directeur Frank van der Voort het zei: Stompwijk is geen eiland, maar een deel van een groter geheel. Daar hoort geen exclusief bewoningsrecht voor Stompwijkse jongeren bij.

Jos Teunissen