In Turkije gaat alles met miljoenen lees ik het boek van Geert Mak en dat klopt. De munteenheid, de zonovergoten dagen,sterren die onze boot ’s avonds verlichten. En niet te vergeten de druppels water die de afspraak gemaakt hadden om de zee te vormen.
We hebben net klas gehad op de boot, waarmee ik een literaire zeiltocht maak onder begeleiding van schrijfster Yvonne Kroonenberg en we mochten te water. De houten boot was voor anker gegaan in een prachtig azuurblauwe baai. Er was zo waar een strandje dat overging in kale rotsen. Er stonden palmbomen.
Observeren was de les. Kijk wat iemand doet en op welke manier. De opdracht was een interview te maken. Ik zag de vrouwen om mij heen. Ik koos een vis.
Trots was ik op mijn badpak dat in één keer paste nadat ik ruim 10 kilo was afgevallen. Ik wilde goed gekleed naar mijn afspraak. Om een bijdehante indruk te maken had ik mijn bril opgezet.
Langzaam daalde ik het trapje af en zag de zonnestralen zich bundelen op de bodem van de zee. Een aantal vissen met blauwe staartjes kwam mij tegemoet. De voorzaal was bedekt met een vaag groen bijzonder hoogpolig tapijt, dat ging in de gang over in een zandkleurig soort zeil waar het zonlicht zorgde voor verschillende schakeringen. Een flinke vis in een saai grijs pak wees mij de weg. ‘Ik wil eerst nog even naar het toilet’, vroeg ik hem. ‘Dan moet aan het eind van de gang rechtsaf.’
De vloer was net aangedweild en spiegelde nog een beetje. Ik ving een vleugje zeelucht op. Ik plaste en waste mijn handen en wierp een blik in de spiegel. Mijn normaal weerbarstige kapsel zat keurig op mijn hoofd, met uitzondering van een klein plukje. Dat deed ik achter mijn oor. Tevreden ging ik op pad.
De firma Onderwater werd geleid door een gehaaid zakenman. Er werd in water gehandeld, die in grote flessen tegenwoordig in elk kantoorgebouw te vinden zijn. De ietwat zilte smaak onderscheidde zich van de rest. Van de directeur had ik carte blanche gekregen, ik mocht iedereen aanspreken. Een lieftalig visje in een zilverkleurig mantelpak, dat haar enig stond, stelde zich voor als Hanny Vis. Ze bood mij een plaats aan in een gezellige zithoek. Haar kantoor straalde, net als zij, rust uit. De wanden waren in grijsblauwe tinten gesausd en op haar bureau lag een schelp als presse papier. Ik pakte mijn pen en papier. Ze begon enthousiast te vertellen, ze werkte op de afdeling inkoop en in de ondernemingsraad had zij zich hard gemaakt voor extra beveiliging na de laatste inbraak. Het was haar verdiensten dat de blauwstaartjes in dienst waren gekomen bij de beveiliging. Inderdaad was ik er al honderden tegen gekomen en zij begeleidden mij op gepaste afstand. Ik voelde altijd hun ogen in mijn rug.
Later leidde ze mij rond en liet alle afdelingen zien, zodat ik een indruk kon krijgen. Er klonk muziek op de achtergrond en ik meende een liedje van Corry en de krekels te herkennen. In een lokaal werd een groep bijgeschoold aan de hand van een presentatie met behulp van een beamer. Een juffrouw van de schoonmaak ging geheel in de ondergrond op. Een jonge brede en bijzondere platte rog schuierde de vloer aan. Een vinnige duizendpoot, in oud roze, snelde door de gang. Het was haar secretaresse, vertelde ze. Een ander type in een schreeuwerig oranje pak van de afdeling reclame had zeesterallures. Ik staarde hem net zo lang aan totdat hij zich onder een steen verstopt.
Het was mij duidelijk dat water hier een hoofdrol speelde. Ik had voldoende materiaal om mijn opdracht te schrijven.
Na plaatsing van het artikel heb ik Hanny via de flessenpost bedankt.
Petra Oliehoek van Es