Muizenissen

Het is al een paar dagen stil in huis. Héél stil. Dat is opmerkelijk, want hoe kan het stil zijn met drie kinderen binnen de muren… Nee, dat kan ook niet, maar het is stil wat de muizen betreft. We horen ze niet meer en we zien geen uitwerpselen meer op de vensterbanken, kastplanken en in het middelste keukenkastje. Inmiddels staan er vier schaaltjes met muizenkorrels en acht muizenvallen op strategische plaatsen met pindakaas en kaas, belegen, te wachten tot ze dicht mogen klappen, maar er gebeurt niets. Zachtjes aan begin ik te denken dat ze zich toch volgevreten hebben aan de muizenkorrels en verwacht ik dat ze ergens in huis, op plekken waar wij niet zo makkelijk bij kunnen, de geest hebben gegeven. Mogen zij rusten in vrede, zodat wij weer onze voorraadkast kunnen vullen zonder bang te zijn dat je de volgende dag aangevreten chips, beschuit en plastic tassen (!)vind. Maar ik blijf voorlopig nog elke ochtend mijn rondje maken langs de muizenvallen, want stel dat er nog eentje zich in het land der levenden bevindt….. Ik hoef nu dus wat minder achter de muizen aan en houd dus weer wat tijd over voor mijzelf. Die tijd voor mijzelf besteed ik momenteel aan hardlopen, hardlopen en hardlopen. Ik moet namelijk aanstaande vrijdag mijn jaarlijks terugkerende tien kilometer lopen voor mijn werk en dan wil je natuurlijk goed voor de dag komen. In het begin van de trainingsperiode voelde ik mij een muis die teveel muizenkorrels gegeten had, maar afgelopen donderdag was dat gevoel zo goed als weg en liep ik bijna zwevend op het wegdek. Althans, zo voelde ik dat, maar ik kan mij voorstellen dat mensen die mij hebben zien lopen daar totaal anders over denken: “Pas op hoor, dat je niet omvalt!” hoorde ik ze nog nét niet roepen…Het is ook wel wat, hoor, een lichaam van negentig kilo dat zich voortbeweegt op Adidasjes van acht jaar oud, met zo’n strak broekie aan en zo’n veiligheidshesje over het T shirt getrokken zodat je niet door voorbijrazende auto’s gedwongen wordt in een Wilsveense sloot te springen. Geen gezicht. Daarom loop ik voornamelijk in de donkere avonduren, net zoals vele gewichtgenoten die ook liever niet gezien worden. Wanneer je elkaar dan tegenkomt dan groet je elkaar, als lotgenoten zeg maar en je weet direct hoe de conditie is van de persoon, want dat kan je horen aan hoe hij of zij een groet uitstoot. Zodra ik een tegemoet komende loper zie dan houd ik mijn tempo iets in zodat mijn ‘goedenavond’ of ‘hoi!’ goed en vol energie over de Leidschendamse polders klinkt. Dat werkt goed. Maar vrijdag moet ik overdag lopen. Gelukkig is dat voornamelijk in de bossen van Apeldoorn dus die paar toeristische wandelaars neem ik voor lief. Ze kennen me toch niet: laat ze maar lachen! Het nadeel van Apeldoorn is dat er nogal veel heuveltjes zijn, heuveltjes die je niet in de Leidschendamse omgeving tegenkomt, dus eigenlijk weet ik nu al dat ik mijzelf daar op stuk ga lopen….Geen prettig vooruitzicht maar ik hoop wel onder het uur de finish te bereiken, zodat de dames en heren met tijden van in de veertig mij niet na zullen wijzen…Maar het aller belangrijkste is dat ik ná die vrijdag gewoon lekker blijf doorlopen, dat ik de kick krijg en dwangmatig mijn kilometertjes afwerk gelijk een verslaving. Met de mp3 speler in de broekzak en de oortjes in, luisterend naar de opzwepende muziek van DJ Tiesto en The Cure en dan zo’n conditie opbouwend dat ik zelfs onderweg een stukje kan jumpen! Geen afstand of muis krijgt mij nog gek!
Arjen Veldhuizen