Alle berichten van Petra Oliehoek-van Es

Egelopvang

En nu we  het toch over egeltjes hebben.  Zondag werd een ondernemend egeltje gespot bij de Appelboom, snuffelend in het gras. Een alerte voorbijgangster, Suus, heeft de egelopvang gebeld. Zelf dacht ik: het beestje is op zoek naar een winterslaapplekje. Maar nee, ik denk dat Suus een foto opgestuurd heeft, want bij het 2e belletje werd geadviseerd om het egeltje toch mee naar huis te nemen omdat het te klein is. 

Ze trok voortvarend haar jas uit en wikkelde hem netjes in en deed het egeltje in haar fietsmandje en snel fietste ze met blote armen naar huis.

En ik hoop dat hij nog lang en gelukkig leeft en lekker winterslaapt.

Petra

Bij navraag vertelt Suus nog:

Toen ik thuis was heb ik hem/haar over gezet in een doosje…toen hebben we een tijdje op de Dierenambulance gewacht en in de tussentijd dat we aan het wachten waren heeft hij/zij wat gegeten. Toen de dierenambulance er eenmaal was hebben zij hem meegenomen en naar de egelopvang in Buytenwegh gebracht.

Extra tip:

Als er deukje tussen zijn hoofdje en het stekelige lijfje zit dan is het egeltje te mager en dan heeft hij hulp nodig. Trouwens, begraaf nooit een egel waarvan je denkt dat hij dood is, want vaak is hij dan diep in slaap. Hij is dan helemaal slap, zijn hartslag erg onregelmatig en amper te voelen.

Corrie Janson- van Haaster, deel 2

We worden nu eenmaal niet allemaal 100

Maar Corrie wel! 

Waar waren we. Corrie geboren in Voorschoten. Haar beide ouders en oudste zusje overlijden aan tuberculose. 

En hier wordt het verhaal interactief door invoeging van de herinneringen van Nico van Vliet. Zijn ome Janus van Vliet had destijds de boerderij in Voorschoten gekocht. Jaren later gaf Corrie aan de boerderij nog eens te willen bezoeken, dat heeft Corrie samen met haar zoon gedaan. In de woonkamer hing nog steeds de klok, de klok die de oudste zus van Corrie, staande op een stoel moest stilzetten, na het overlijden van haar moeder. Dat was gebruikelijk in die tijd, net als dat de gordijnen gesloten werden.  Zij werd er emotioneel van. Weer later heeft Nico nog pogingen gedaan om de klok voor haar te achterhalen. Helaas was de klok toen niet meer in oude staat. Het uurwerk was eruit en de kast geverfd.

Corrie en 2 broertjes worden 2 jaar na het overlijden van hun moeder ondergebracht bij Ome Jas en tante Kee in Stompwijk. Op de lagere school, als er geld werd ingezameld voor de juf voor een verjaardagscadeautje, hadden veel arme kinderen een probleem. Veel geld was er niet, héél misschien een stuiver. Ze kreeg nog wel eens een kwartje, maar dan moest ze een dubbeltje geven voor een kaars bij het Heilig Hart, maar dat deed ze dan stiekem niet, want ze wilde niet voor schut staan voor die meiden van Waaijer en Luiten. Ze wilde niet de arme ziel uithangen!

Ze heeft haar man Cor leren kennen, doordat hij vaak voor de zwarte handel, in de oorlog, kaas en boter kwam kopen bij haar pleegouders. Haar broer Rinus had verkering met de zus van Cor, Lena Janson. Dat is een dubbele familie dus, broer en zus trouwen met broer en zus. Hierdoor wordt Lena Janson, Lena van Haaster en Lena van Wissen wordt Lena Janson.  Snapt u het nog.

Die Jansonnen hadden veel gevoel voor humor én grote bekken. Er zullen vast mensen zijn die een hekel aan hen hadden. Vroeger was er meer standsverschil en de middenstanders voerden vaak het hoogste woord. De Boschen, Waaijers, Luitens. Maar, de Jansonnen zaten niet in besturen. 

De oorlog heeft ze niet aan den lijve meegemaakt. Wel weet ze dat toen de Duitsers Stompwijk binnen kwamen, pastoor Floor hen op stond te wachten. Ze hebben geen honger gehad. Er waren onderduikers en vluchtelingen. Mensen uit Rotterdam, een journalist van de Maasbode uit Voorburg werd in huis genomen, omdat hij geen eten had. Ome Jas en tante Kee, lieten ze overnachten in de stal of achterhuis. Van de Jodenvervolging wisten we helemaal niets. Er waren immers geen communicatiemiddelen. Niet zoals nu. Mensen uit de stad kwamen vooral naar hun huis voor het eten. Jongens, die konden werken, werden naar Duitsland gestuurd en doken dus heel graag onder. 

Er was er nog eens eentje die veel te vroeg tevoorschijn kwam. De avondklok was ingevoerd, als er dan na acht uur gebeld werd, kon je ervan op aan dat het Duitsers waren of de ondergrondse. In ieder geval paniek!

Dan moest Rinus als de bliksem maken dat hij weg kwam naar de schuilplaats. Die was ze in de stal tussen de strobalen gemaakt.  Er was ook eens een onderduiker, hij moest met Rinus mee om zich te verschuilen. ‘Het bezoek’ was de deur nog niet uit en meteen stond die onderduiker alweer in huis. Hij bleek achter de keukendeur hebben staan luisteren, hij kon de onzekerheid mogelijk in combinatie met angst, niet aan. Kwaad dat Rinus was, want als ze de onderduiker gepakt hadden, zou Rinus ook de sigaar zijn geweest.

Soms waren het Duitsers, maar ook mensen die zich als Duitser voordeden. En zij roofden de boel bij de boeren weg. Kaas werd achter een luikje in de slaapkamer of onder de vloer verstopt. 

Gelijk nadat de oorlog was afgelopen trouwen Corrie en Cor. Ze gingen met een koets met 2 paarden naar de kerk. Tijdens het gesprek verdwalen in mooie fotoboeken en zien allemaal bekenden of onbekenden, waaronder vluchtelingen uit de oorlog. Tegen de muur bij de ingang van de kerk spot ik mijn moeder, Sjaan van Santen, ze schelen maar een paar maanden en hebben bij elkaar in de klas gezeten. 

Na zoveel jaren te hebben ingewoond, zegt tante Kee vlak voor haar trouwen, dat ze hen misschien maar toch met vader en moeder moet aanspreken. Ze zijn nooit geadopteerd maar altijd nichtje en neefjes gebleven. Mogelijk omdat ze op den duur, toch graag de rol van oma en opa in wilden nemen.

Haar trouwjurk is genaaid door Riet Luiten (17), haar eerste trouwjurk. Haar man Cor had een klant die een stoffenzaak had in Den Haag, hij leverde de stof. Die mooie witte schoentjes heeft ze geleend bij Marie Koot- Waaijer. De bruiloft werd gehouden in het Blesse Paard.

Ze gingen wonen in het voorste deel van het huis van moeder Janson. Dat was speciaal voor hen verbouwd. Binnen het jaar kwam de eerste. Klanten uit de stad kwamen op huwelijksbezoek en toen liep ze al te protsen, want ze was ze al zwanger. Kees was wel iets te vroeg geboren!

Ja, dat zeggen ze altijd! reageert zoon Aad: ‘Mam, je was toch wel netjes getrouwd, je was toch niet zwanger?’ vraagt Aad verontwaardigd. Hij krijgt het antwoord, dat hij zich niet mee hoeft te bemoeien! Ja, dat was vroeger vreselijk,  vervolgt Corrie, als je al voor het huwelijk zwanger was. Net of je het grootse kwaad van de wereld had gedaan. Nu trouwen ze niet eens meer, gaan samen wonen en hebben al snel seksueel contact. Dat komt vooral door de voorbehoedsmiddelen dat geeft een enorm gevoel van vrijheid.

Een beetje opstandig was ze wel, zegt ze zelf. Ze kon goed voor zichzelf opkomen. 

Ze had een aardige man en is uit liefde getrouwd. Dat vindt zijn neerslag middels de goede sfeer in het gezin van uiteindelijk 9 kinderen. Het was een druk huishouden. De was werd, met de hand in de stal gedaan, ver van het huis. 

Er vinden door de loop der jaren verschillende verhuizingen plaats op een paar meter afstand van elkaar. Even kort van 62a (waar de eerste 4 kinderen werden geboren) naar 57 (waar het eerste meisje werd geboren), terug naar 62a (waar het zesde kind werd geboren). Toen nummer 60 gekocht en uiteindelijk een nieuw huis gebouwd (nummer 62b) op de grond van nummer 60. Op nummer 62b zijn de laatste 3 kinderen geboren.  

(Cor en Corrie, 12,5 jaar getrouwd.)

Destijds kreeg je geen hypotheek in Stompwijk maar wel Leidschendam. De rol van de bank was meer het bemiddelen naar, in hun geval, een rijke dame op de Damlaan en daar is geld geleend. 

Met de zaak heeft Corrie zich niet veel bemoeid. Ze hadden het goed, mijn man was echt een zakenman. Ze had al snel een daghulp en later 4 á 5 dagen per week hulp. Fietje van Santen heeft er jaren gewerkt, het contact is er nog. Ze denkt dat dat wel eens stak bij de grote gezinnen om hen heen. Die hadden geen auto of hulpje, ook wel pijnlijk. 

Je deed de afwas in een teiltje op de tafel, die bedenkt was met een zeiltje. Afspoelen deed je niet. 

‘Moet je nu al weer geld hebben’, zei haar man dan. Je hebt gisteren nog 100 gulden gehad. ‘Nou betaal jij dan de groenteboer, slager, kruidenier en de bakker’ was haar repliek. 

Zo’n groot gezin kostte nogal wat. En hij was royaal hoor. Hij had lef. Hij kocht rechtstreeks kaas in bij de boer, dat schakelde de leverancier uit. De taken waren goed verdeeld, hij bracht het geld binnen en Corrie gaf het uit. Hij stelde het ook op prijs dat ze goed uitzagen. 

Op de vraag of het inkomen gevolgen heeft voor de maatschappelijke positie, twijfelt Corrie een beetje. Kijk, onze kinderen gingen wel allemaal studeren, omdat dat kon. Wij hadden een groot huis laten bouwen met een bijkeuken, een echte badkamer, warm en koud water, overal kachels en later centrale verwarming van de erfenis van tante Kee haar pleegmoeder.

Als je honderd wordt, heb je veel te verhalen.  Wordt vervolgd dus.

Heb je zelf nog mooie herinneringen deel ze dan, als cadeau aan Corrie.

Petra Oliehoek- van Es

 

We worden nu eenmaal niet allemaal 100

Maar Corrie Janson- van Haaster wel!

Corrie Janson- van Haaster

Sluit je ogen en ga terug in de tijd en neem grote stappen, 10, 20, 50 naar 100 jaar. In gedachten zie je de nodige ontwikkelingen; de komst van de radio, wasmachine, tv, vliegtuig. De eerste Wereldoorlog is net afgelopen en de Spaanse griep heeft vele slachtoffers gemaakt. Haar vader werd voor die oorlog opgeroepen in militaire dienst. Of hij nu 2 kinderen of een boerderij draaiende moest houden, dat maakte niet uit. Die boerderij staat in Voorschoten met het opschrift: “Wie kan keeren de hand des Heeren”. Het was een monumentale boerderij en wordt tijdens de oorlog getroffen door brand. Militairen die op dat moment in de Blauwe tram zaten waarschuwden haar moeder. Moeder moest vluchten met 2 kleine kinderen naar haar schoonmoeder aan de Leidscheweg. De boerderij brandde volledig af. Ze waren laag verzekerd, er werd een nietig boerderijtje voor terug gezet.

Het is 8 oktober 1921, in het gezin Van Haaster wordt Corrie, als 6e kind, geboren. Haar vader heeft in militaire dienst tuberculose opgelopen in de loopgraven van Jutphaas. Die ziekte heeft een enorme impact op het gezin, haar vader moest naar een sanatorium. Dat bracht kosten met zich mee. Belangrijker is dat vader en dus de kostwinner van huis was en er hulp ingeroepen moest worden en hulp kost geld. Haar vader kwam zogenaamd genezen terug, er was immers toen nog geen medicijn. Eigenlijk net als nu met de Corona, zegt Corrie. Hij was wel aangesterkt, hij had een goed leven gehad in de bossen, veel rust, goed eten en drinken. De klachten bleven echter. Hij moest terug naar het sanatorium. Vader wilde daar graag een foto van het gezin. Een fotograaf werd gevraagd, zijn wens was om hen er zo natuurlijk mogelijk te fotograferen.

(Corrie zit in de kinderstoel)

Het gezin breidde zich uit tot 9 kinderen. Uiteindelijk is hij op 47 jarige leeftijd overleden. Corrie was toen 6 jaar oud. Dat hij overleed was al erg, maar ook dat hij zijn vrouw en oudste dochter Dora besmet had.

Haar moeder is hertrouwd met de baasknecht, Theodorus Borst.

Hij wilde zijn geld wel in de boerderij steken. Ze waren arm geworden door de kosten. Maar dan wilde hij wél met haar trouwen. “Heeft ze maar gedaan, uit liefde kan het niet geweest zijn, meer uit nood”. De oudste kinderen konden helemaal niet met hem opschieten en vonden hem hé-le-maal niet leuk.. Het viel voor hem natuurlijk ook niet mee, hij had ineens een gezin met 9 kinderen.

Binnen 2 jaar na het overlijden van hun vader sterft hun moeder, ook op 47 jarige leeftijd. En 6 weken na haar, het 8e kind Jantje (6). Haar oudste zusje Dora overlijdt op 20 jarige leeftijd eveneens aan tuberculose. Ze had haar ouders veel verpleegd.

De kinderen bleven achter met pleegvader Borst. De oudste kinderen (17 en 16 jaar) deden het huishouden. Het ging niet goed. Uiteindelijk besloten de voogden dat het beter was dat ze uit elkaar gingen. De boerderij werd verkocht. De 2e vader ging terug naar zijn familie.

De oudsten van onze kinderen gingen in betrekking voor dag en nacht bij vreemden. De jongste kinderen Rinus, Bertus en Corrie (inmiddels 8) kwamen in Stompwijk terecht bij pleegouders. Bij ome Jas van Bohemen (broer van haar moeder) en zijn vrouw tante Kee. Zij hadden geen kinderen.

Mijn zusje Annie ging naar Wateringen naar tante Anna, de zus van mijn vader en haar man. Ook dit echtpaar had geen kinderen.

Het was niet leuk bij haar pleegouders “die mensen deden wel hun plicht, maar ze waren niet warm”. Mijn pleegmoeder was streng. Ze mocht nooit protesteren. “Jij altijd met je waarom, waarom?”

Ze had maar te gehoorzamen, ze werd meer geleefd, dan dat ze zelf leefde. Ze had helemaal niets te zeggen, helemaal niets! Ouders waren altijd de baas. Bij mijn vriendinnen was het ook vaak niet anders hoor!

“Wees nou maar blij dat je hier bent, anders had je in een weeshuis gezeten!” heeft ze altijd onthouden. Dankbaar blijven! Dat werd haar vaak onder de neus gewreven.

Corrie had in Voorschoten op school nog geen breuken gehad en werd een klas teruggeplaatst, daar presteerde ze te goed en mocht later een klas overslaan. Achteraf had ze daar nog spijt van, anders had ze nog een jaar langer op school kunnen zitten. Alles beter dan aan het werk op de boerderij. Toen ze (13) was en van school afkwam, ging de dienstbode direct weg en moest ze helpen met koeien melken. Dat wilde ze helemaal niet. Ze moest gelijk de stal in, kijken hoe je een koe moest vangen. Ze had niets te zeggen. Het was niet anders, het waren arme gezinnen en er moest hard gewerkt worden.

Rinus kwam van school en moest boer worden. Hij ging zijn eigen gang en ging vaak uit en zat soms te slapen onder de koeien. Hij was niet echt een boer maar wel een zakenman. Hij had charisma en kon goed praten, gedichten maken en werd zonder diploma’s directeur van Emmaus.

Zou het veel anders geweest zijn?

Bijna niemand ging doorleren in die tijd. Ook in de tijd dat ze zelf kinderen had, was studeren ook niet echt gewoon. Ze heeft het wel altijd gestimuleerd.

Ze had er toen helemaal geen zin in het werk op de boerderij. Ze heeft zich er niet ongelukkig gevoeld. Ze had geen andere keus. Om 4 uur haar bed uit, koeien naar voren halen. Ze werd vooruit gestuurd. Haar pleegvader met een handkarretje er achteraan. Melkbus en teems op de kar, ter plekke in het land melken. Ze hadden stukken land langs de weg. Dat ze bang was voor de loslopende stier, daar werd geen rekening gehouden. Dat heeft ze tot  haar trouwen gedaan heb, tot haar 24e.

Als je honderd wordt heb je veel te vertellen, dus dit verhaal wordt vervolgd.

Petra Oliehoek- van Es

Klaas Tigelaar zwaait Leidschendam-Voorburg uit

Na een ambtsperiode van 5 jaar nam Klaas Tigelaar eind augustus afscheid van Leidschendam-Voorburg. Maandag 30 augustus bracht hij een afscheidsbezoek aan verschillende organisaties en dinsdagavond 31 augustus was er een afscheidsbijeenkomst op het Gemeentehuis in Leidschendam.   Door de coronamaatregelen is er gekozen voor een alternatieve invulling van het afscheid en mochten er maar een beperkt aantal mensen aanwezig zijn. Klaas Tigelaar: ”Ik heb de afgelopen 5 jaar met veel inwoners en organisaties in Leidschendam-Voorburg kennis gemaakt en ben overal hartelijk ontvangen. Ik wil iedereen bedanken voor de mooie ontmoetingen, betrokkenheid, inzet voor elkaar, voor de buurt, bij verenigingen en bij het organiseren van activiteiten die de gemeente tot een bloeiend geheel maken. Ik vind het ontzettend jammer dat ik niet iedereen persoonlijk heb kunnen ontmoeten om afscheid te nemen.”  

Gemeentelijke onderscheiding UBU
Tijdens het afscheid werd hij onder andere toegesproken Commissaris van de Koning Jaap Smit. Hij heeft Klaas Tigelaar de afgelopen jaren ervaren als een goede burgemeester met wie het prettig samenwerken was, met name ook in zijn rol als voorzitter van Vereniging van Zuid-Hollandse Gemeenten.
Michel Bezuijen, burgemeester van Zoetermeer, bedankte hem namens de buurgemeenten voor zijn inzet en prettige samenwerking in de regio, die het afgelopen jaar nog intenser was door de afstemming en uitvoering van de coronamaatregelen.
Jeroen van Rossum sprak hem toe namens de gemeenteraad en roemde hem als een echte burgervader, een burgemeester die graag onder de mensen was, oprechte aandacht had en een luisterend oor. Een energiek bestuurder met liefde voor het openbaar bestuur en inwoners. Met sterk leiderschap, niet zozeer door luid leiderschap, maar door ontmoeten, verbinden en een stille kracht te zijn, met rust en scherp op het juiste moment. Ook werd hij verrast met een gemeentelijke onderscheiding, de UBU*, voor zijn inzet voor de Leidschendam-Voorburgse gemeenschap. Deze werd door locoburgemeester Astrid van Eekelen uitgereikt.  

Afscheid van het openbaar bestuur Na bijna vijf jaar heeft hij afscheid genomen en start hij per 1 september 2021 als voorzitter van het college van bestuur van de Laurentius Stichting, een stichting voor katholiek onderwijs en opvang gevestigd in Delft. De afgelopen twintig jaar vervulde hij verschillende functies in het openbaar bestuur. Hij werkte als raadslid en wethouder in Alphen aan den Rijn en was burgemeester in Oud-Beijerland. Na het burgermeesterschap in Leidschendam-Voorburg vervolgt Tigelaar zijn loopbaan nu in het onderwijsveld, waar hij eerder werkzaam was.   *De UBU is de naam van het kleurrijke kunstwerk van de Haagse kunstenaar Jan Snoeck (1927-2018). Het kunstwerk staat in het groot aan de Via Donizetti in Voorburg.  


Fotograaf: Michel Groen