Het voordeel van vier dagen Stompwijkse Paardendagen is dat je daarna weer een jaar hebt om bij te komen. Man, man, wat is dat hard werken! En wat was het weer een feest! Vrijdagavond zouden we beginnen met de brommerrace maar het weer zat niet mee. Dat bevreemde mij want ik had prachtig weer verwacht na het emeritaat van de pastoor, maar in plaats van alle zegen kwam alle regen van boven. Daardoor kon de brommerrace jammer genoeg niet doorgaan maar ik heb in de wandelgangen van Stompwijk gehoord dat deze misschien toch op een andere datum doorgang mag vinden. Ja, het weer. We kunnen tegenwoordig veel maar het weer kunnen we nog steeds niet onder controle houden…Maar ach, van binnen werd het toch nat en door de best wel aangename temperatuur buiten was het net een warme douche zullen we maar zeggen. Vrijdagavond opende ik de kermis met de jongens middels een paar rondjes met de botsauto’s, ballengooien (wat een ballentent is dat zeg!) en touwtje trekken. Vervolgens kochten we een flinke zak oliebollen voor thuis, voor mama want die was een beetje grieperig en ja, dat noemen wij een verkeerde timing.. Tegen elven zat ik met mijn drinkmaat weer op de fiets en hobbelden we via de Stompwijkseweg weer richting de tent alwaar Stompwijkse vrienden dorstig op ons stonden te wachten. En dorstig waren wij inmiddels ook dus het tempo lag hoog en vroeg ik mij af of het allemaal wel goed zou aflopen. Daarnaast hadden wij een drinkpartner die steeds lege bleds verzamelde en ons daardoor tussen de reguliere rondjes van bier voorzag….Dat was in mijn ogen de reden dat ik de volgende dag érg slecht mijn bed uit kwam en uren nodig had om bij te komen: in een dood vogeltje zat meer leven! Of waren het toch de hamburgers? Ik kan maar niet wennen aan deze hamburgers. Jaren terug waren ze veel lekkerder. Nu zijn het net rubber schijven waar kraak noch smaak aan zit. Diezelfde nacht werd democratisch besloten om de volgende dagen dan maar de vistent te gaan bezoeken want vis is immers gezond, vis mot zwemmen en uiteraard, vis is ook erg lekker. Na de tent namen we ergens in de Van Santhorststraat nog een paar afzakkertjes en om een uurtje of vijf fietsten we de tien kilometer weer terug naar Leidschenveen. Tien kilometer? Het waren er toch vijf! Ja, maar zoals ik al zei: het tempo van drinken lag te hoog en daardoor namen mijn fietskwaliteiten enorm af. De zaterdagmiddag verliep voor mij dus beroerd maar tegen het avondeten begon ik weer praatjes te krijgen. Desalniettemin namen we die avond toch vrijaf want de volgende dag zouden we een roze verkleurde auto weer helemaal origineel rood poetsen. Dan moeten de ogen goed staan. Na uren van poetsen en poetsen kregen we het sein dat we weer mochten en tegen elven waren we weer present in de tent. Dit keer zou ik me beheersen dus nam ik om en om een colaatje om zo de alcohol wat meer rust te geven. De tent was halfvol (of halfleeg) maar gezellig was het wel. De aanwezige leeftijden waren weer zeer gevarieerd en opeens zag ik (nu moet ik voorzichtig zijn..) wat ‘jongere ouderen’ ineens links en rechts over de dansvloer jumpen. Poe! Met drie jumpende kinderen door het huis weet ik hoe vermoeiend dat jumpen kan zijn, maar kennelijk hadden ze een biertransfusie ondergaan want ze bleven maar doorgaan. Nadat de muziek de laatste plaat gedraaid had, stonden wij al broodjes makreel en bakken met kibbeling naar binnen te werken alsof we dagen niet meer gegeten hadden. Daarna zouden we weer gaan nazitten maar eerst moesten we nog even over de plank (om over de sloot te komen). We stonden ervoor met een man/vrouw of acht en de een na de ander kwam veilig over…of toch niet? Een van de dames, waarvan ik de naam niet zal noemen maar waarvan ik wel kan vertellen dat ze erg goed kan zingen, sloeg de plank finaal mis: Kbeng! Daar lag ze met beide benen in het water en wij keken allemaal verbaasd toe. Maar eigenlijk was het ook wel logisch want zij was s’middags al bij de ponyrace en is nadien niet meer thuis geweest om effe uit te blazen. Gelukkig hoefde ze niet ver en later begrepen wij van haar dat haar man het natte goed diezelfde nacht nog in de wasmachine deponeerde zodat zij direct in bad kon, met een bak bosvruchten thee op de rand. Wij kwam die nacht wel droog thuis en de klok sloeg vier uur…
Enkele uren later stond ik wel goed op, het cola recept had geholpen, en kon ik mij voorbereiden op een bezoek aan de tandarts tussen wat buitjes in. Tegen de avond begon het dan toch écht te regenen. Dat was balen want ik zou met de jongens nog één keer kermissen en naar het vuurwerk kijken. Gelukkig is er dan internet zodat we het weer via de neerslagradar konden volgen. Tegen tien uur die avond was de lucht schoon dus snel laarzen aan en op weg. Om elf uur stonden we al klaar voor het vuurwerk en om tien over elf ook…maar er gebeurde niets. “Het Stompwijks kwartiertje natuurlijk!” dacht ik, “maar wel raar dat wij als enigen stonden te wachten…Vijf minuten later hoorden we dat het niet door zou gaan….Met drie balende jongens reed ik even later weer naar huis zodat ze naar bed konden en daarna reed ik weer terug (met de auto, ik was de Bob) want er was nog één nacht te gaan. Die nacht sloten we ook weer af bij de Visboer en omdat het nu ook weer begon te regenen gingen we maar naar huis, voor ’t eerst weer eens nuchter mijn bed in.
Het is weer voorbij, die mooie kermis. Die kermis die begon al vier dagen daarvoor. Ja, je dacht dat er geen einde aan kon komen. Maar voordat je het weet is tie al voorbij….. Hé, daar zouden ze een liedje van moeten maken.
Harddraverij ‘Nooitgedacht’: Het was weer grandioos! Bedankt!
Arjen Veldhuizen