Toen ik van onze secretaris het verzoek kreeg om een stukje geschiedenis te schrijven over de Dorpsketting, dacht ik, ‘dat is al eens een paar keer gedaan, ik wil iets anders. Dat weten de mensen onderhand wel een beetje.’ Toen dacht ik opeens, ik vertel gewoon hoe ik het van mijn kant af altijd beleefd heb met alle verhalen er een beetje omheen.’ Ik ben daartoe naar Gerard Welp in Bleiswijk getogen en we hebben daar gezellig een middagje oude verhalen opgehaald.
Een vinger blind
Ik moet zelfs diep nadenken hoe het allemaal begonnen is. Dat begint al in de jaren voor 1970. Gerard Welp mijn toenmalige overbuurman, zag ik altijd op maandagavond in de weer met het clubblad van toen nog Stompwijkse Boys. Vanuit ons raam zag ik hem een beetje gebogen achter zo’n oude zwarte typmachine zitten, met in zijn ene hand een sigaret en met de andere hand het een vinger blind systeem. Tegenover hem zat Hans Vreeswijk kaarsrecht met het 2 vinger blindsysteem, waarschijnlijk omdat Hans niet rookte. Dat was naar achteraf bleek voor de gelijkmatige aanslag op het stencilpapier. Stencils zagen er met een beetje vies groen uit, het materiaal was wasachtig met carbon ertussen. Er werd zonder lint op getikt. De letters werden er dus als het ware ingestansd.
Stencils krassen
Op een gegeven moment vroeg hij mij of ik geen zin had om te helpen op maandagavond. Nou liep ik in die tijd toch niet over van studielust, hetgeen resulteerde in allerhande activiteiten, die niets met school te maken hadden. Ik zat op volleybal, biljarten, voetbal, ging naar de jongerensoos in de aula en was gek op vissen. Leren ho maar….. wat redactiewerk kon er dus ook wel bij! Mijn eerste taak was om met een sjabloon de titels boven de stukjes in de stencils krassen. Dat was een heel nauwkeurig klerken werkje. Het stencil werd over een lichtbak heen gelegd en met een ijzeren pen met een stompe punt, moest ik dan mooie sierletters boven de stukjes krassen. Duwde ik te hard, dan scheurde het stencil en duwde ik te zacht dan werd het stencil niet poreus en drukte later de inkt niet door. Ook kon je bijvoorbeeld een plaatje op de lichtbak neerleggen en dit dan overtrekken. Zo werden de artikelen van lieverlee van luchtige plaatjes voorzien. Als de stencils klaar waren ging Gerard ze meestal afdrukken, waarna mijn tweede taak was om de velletjes te vouwen, alvorens alles in elkaar te schuiven en te nieten.
Stencillen
Het krassen kreeg ik snel onder de knie en zo bleef er al meer tijd over om te gaan stencillen. Dat was een race tegen de tijd. Elk velletje papier was een draai aan de hendel. Om ervoor te zorgen dat er elke keer maar één velletje papier doorheen ging, hadden we een soort rubber condoompje dat je om je wijsvinger had. Daarmee maakte ik telkens een vel los. Saai herhalend werk dus. Ik kan me herinneren dat ik er een sport van probeerde te maken, door het record aantal vellen per minuut te breken. Zo werd ik dus erg geroutineerd in het op hoog tempo vellen papier te stencillen. Bij een oplage van 250 clubbladen ging dat nog wel. Toen we later de Dorpsketting met een oplage van 500/550 maakten werd het helemaal een race tegen de klok. Ik denk dat ik dit ongeveer een jaar gedaan heb. Het record aantal vellen per minuut is volgens mij nooit meer gebroken.
Het Plaatje
Let Belt, de toenmalige freelance schrijver voor de Leidsche Courant, kwam toen regelmatig bij Gerard Welp en het is in die tijd, dat de Dorpsketting is ontstaan. Na een gesprek met alle verenigingen werd de weekeditie van de Dorpsketting gedraaid op de apparatuur van Stompwijkse Boys en de maandeditie ging ter perse bij de toenmalige winkeliersvereniging De Dorpsketting. Het waren altijd gezellige avonden, die meestal eindigden met een flink aantal flessen bier. Er moest in die turbulente tijd van eind jaren zestig natuurlijk veel gepraat worden. Op zekere avond ging dat naast het vele bier, ook gepaard met veel sigaren. De kamer van Gerard zag helemaal blauw van de rook, maar de pret was er niet minder om. Let Belt werd uiteindelijk groen, geel en blauw en moest dit bekopen met een flinke kotspartij. Half Stompwijk liep in die tijd zonder tandarts en in menig Stompwijks gebit werden plaatjes gezet. Zo ook bij Let, die niet nadenkend zijn plaatje de WC in kotste en vervolgens weer niet nadenkend het plaatje doortrok. Pas later toen hij bij zijn positieven kwam, werd het plaatje gemist. Let was toen al maatschappelijk werker in de gemeente Zoetermeer en moest dus de volgende ochtend weer een soort representatief op zijn werk verschijnen. Het beeld wat me daarvan bij gebleven is, is dat hij de andere ochtend om 7 uur bij Gerard in de tuin aan het graven was, op zoek naar de afvoer en op zoek naar zijn plaatje. Het verhaal gaat dat hij hem nog gevonden heeft ook, zeker weten doe ik dat niet meer.
Kopij
Een ander mooi verhaal van Geert gaat over de verdwenen kopij. Het was toen gebruikelijk, dat wanneer je een advertentie in de Dorpsketting wilde plaatsen je dit op een stukje papier schreef en geld erbij in de brievenbus bij Gerard Welp deed. Zo ook slager Theo van Veen, die zijn advertentie op een velletje inpakpapier uit de slagerij had geschreven. Dit papier lag natuurlijk in de buurt van de vleeswaren en zo kon het gebeuren dat daar een lichte vleeslucht aanzat. Niets vermoedend deed Theo de kopij in de brievenbus. Gerard Welp had echter een hond en het beest kreeg al snel de vleeslucht in zijn neus en verslond de kopij volledig. Het briefje van tien liet hij gelukkig liggen. De rechtmatige eigenaar van het geld kon achterhaald worden, omdat Theo zich na enkele dagen meldde bij Gerard Welp, met de vraag waarom zijn advertentie niet geplaatst was.
Magisch Machien
Na verloop van tijd werd De Dorpsketting door Stompwijkse Boys verzocht om zelf maar apparatuur aan te schaffen. Dat was een probleem. Gelukkig bracht meester Van der Put van de basisschool uitkomst en hij bood aan om de apparatuur van de school te gebruiken. Meester Van der Put was in het bezit van ‘een magisch machien’. We tikten de teksten, plakten de plaatjes gewoon op een wit vel papier. Vervolgens werd dat met een soort naald ingebrand in een stencil. Stinken dat het deed! Maar magisch was het wel, alhoewel ik me ervan herinner dat het apparaat het vaker niet dan wel deed. In die tijd wilde ik tot in detail weten hoe dergelijke apparaten werkten. Deze noodzakelijke nieuwsgierigheid heeft me later bij het maken van de Dorpsketting veel voordeel en naar alle waarschijnlijkheid ook veel kostenbesparingen opgeleverd.
Het was ook in die tijd, weten Corrie en Geert zich te herinneren van: ‘Oh ja, al die kapotte thermoskannen.’ Plotseling ziet Geert zich weer op weg gaan naar een of ander onderkomen. Een tas bij zich met daarin de kopij, enkele flesjes bier, frisdrank én een thermoskan vol koffie.
Vol schrijven
Tegenwoordig met computers kun je schuiven met de teksten en een beetje knippen en plakken en de pagina’s zitten netjes vol. Vroeger niet! Het was een hele kunst om precies in veelvouden van 4 x A5 velletjes uit te komen. Meestal lukte dat ook niet. Dan moest het blad dus vol gekletst worden. Dat waren de mooiste uurtjes. Met de meeste mogelijke onzin schreven Gerrit met de waterfiets (Gerard Welp) en Leen met het baardje (Let Belt) de weersverwachtingen voor de komende periode, doorspekt met politieke uitspraken en hints naar lokale notabelen. Tijd speelde geen rol en soms verlieten we het schoolgebouw ’s morgens om vijf uur en kwamen we de eerste boeren al weer tegen op weg naar hun melkstekkie.
Oplage
Ook de oplage (circa 550) speelde ons in die tijd parten. Konden we natuurlijk het wereldrecord stencilen met gemak aan, toch kregen we steeds meer argwaan m.b.t. de oplage. Steeds meer bezorgers zeiden dat ze er niet genoeg hadden en bijna maandelijks ging de oplage omhoog. ‘Op zich een goed teken omdat we voorzagen in een behoefte’ weet Geert. Dit was verdacht en het toenmalige bestuur besloot dat de huizen geteld moesten worden. Gerard en Let togen dus op een mooie zaterdagmorgen het Stompwijkse land in en turfden alle huizen vanaf de Drie Molens tot Zoeterwoude en van de Meer en Geer tot en met de Onder en Bovenmeer. Zij kwamen slechts tot het respectabele aantal van circa 400 woningen. Op dat moment werden er al wekelijks 550 exemplaren gemaakt. Bij verdere overhoring van de bezorgers kwam de aap uit de mouw. Sommigen wilden extra exemplaren voor ome Jan en ome Piet die buiten het dorp woonden. of voor opa en oma. Dat werd snel aan banden gelegd en het fenomeen abonnement is toen geboren. Heden ten dagen worden er nog steeds circa 80 per post verstuurd en sinds begin van dit jaar ook als PDF bestand naar een dertigtal email adressen.
Inktspetters
Na de stencilperiode in de school en een eenmalige geld ophaal actie in het dorp kon de Dorpsketting eindelijk zijn eigen drukapparatuur aanschaffen. Het werd een Roto. Een soort stencilmachine maar dan met een inktbak ertussen, waar we de vloeibare inkt in moesten laten lopen. We waren inmiddels verhuisd naar het Dorpshuis. Het probleem met deze machine was de inkt zelf. De hele week stond het apparaat in de kou en maar een keer per week werd er gedraaid. De achtergebleven inkt in de bak was dan keihard en er moesten rollen door de inkt heen draaien, die daar natuurlijk flink aan moesten sjorren. De machine draaide weliswaar elektrisch, maar door de stugge inkt ging dat in het begin niet erg hard. Na verloop van tijd werd de inkt dan soepeler en ging de machine harder draaien. Tegen elven ’s avonds als we bijna klaar waren, draaide de machine op zijn top. De inkt was als boter en de snelheid was super. Een nadeel had dat altijd wel, want je moest er altijd bij blijven staan. En dat was ik dus altijd. Snelheid was nog altijd alles en de inkt vloog in het rond en drukte niet alleen de mooiste afdrukken, maar ook de mooi groengeverfde Dorpshuiswand kwam langzaam onder de inkt te zitten en ikzelf ook.
Computers
Na een serie typemachines met schrijfkogels en letterschijven, werd eind jaren 80 de 1e computer voor de redactie aangeschaft. Een wereld ging open en we konden alle informatie van de hele wereld kwijt op een schijf van 20MB. Wat een enorme opslagcapaciteit en wat gemakkelijk ging het allemaal. In een periode van 5 jaar werden alle typmachines vervangen door computers. De opslagcapaciteit nam toe en er ontstond behoefte aan centrale opslag . Dat betekende weer dat alle computers dus aan elkaar gekoppeld moesten worden in een netwerk. En zo sleutelen, vervangen en bouwen we maar door. Niet op de top van de vernieuwing, maar wel hier wel dicht op. We moeten wel in de ontwikkeling bijblijven, maar niet voorlopen. Gelukkig is het al veel meer betaalbaar ten opzichte van vroeger. De 1e typemachine met een “schrijfkogel” (toen het neusje van de zalm) kostte f. 3.300,00 . Een redelijke PC kost tegenwoordig € 700,00, dat is altijd nog de helft minder dan de typmachine vroeger.
Ricoh
Inmiddels zijn we via de kelder van Bep van Santen, verhuisd naar het Hoefblad, werd het steeds groeiende Dorpsketting bedrijf omgetoverd tot een heuse drukkerij. Offset apparatuur werd aangeschaft en met een heuse hijskraan werden de spullen door het dakraam naar binnengetakeld. Een vooruitgang was het wel, er werd schoner gedrukt, de kwaliteit ging omhoog en de capaciteit nam toe. Nadeel van off set was, dat na afloop het hele apparaat absoluut inktvrij moest zijn, omdat anders de inkt in zou drogen op de rollen. Met een scherp soort wasmiddel moest het hele apparaat dan schoongemaakt worden. Iedereen zat al lekker beneden te klaverjassen, terwijl ik meestal zeker nog een uur bezig was om het hele apparaat inktvrij te maken. Een beetje zuur was dat soms wel.
Copyprinters
Hiermee werd het ei van Columbus eindelijk gevonden. Met een snelheid van 120 afdrukken per minuut werd het oude stencilconcept in ere hersteld. Dit keer absoluut schoonwerken in een afgesloten inktsysteem. Altijd draaiklaar, niet schoonmaken en weinig onderhoud. Hoe hebben ze het kunnen bedenken. De Dorpsketting vaart er wel bij, de oplage is inmiddels gegroeid naar 1070 per week. Na de verhuizing van de Dotterbloem naar de pastorie, hebben we inmiddels de 3e copyprinter in bedrijf, die al op zijn beurt rechtstreeks op de computer aangesloten kan worden. Per jaar worden er ongeveer 1,2 miljoen afdrukken door heen gejaagd en iedereen kan het. Niet meer afhankelijk van een wijsneus zoals ik. Dat maakt mij voor wat betreft het drukken overbodig. Geenszins is dat het geval met de computers. Hoe meer we daarvan afhankelijk worden, hoe meer kennis we aan deze kant weer moeten behouden. “Kennis is in beweging”, zou je kunnen zeggen, we zijn nooit meer klaar.
Digitaal
De tijd verandert snel. De inhoudelijke informatie niet. Wel de manier waarop de informatie op ons toekomt. Het internet is een niet meer weg te denken nieuwsbron en ook de DK is inmiddels digitaal. Je kunt zelf op zoek naar benodigde informatie via internet. Zoekmachines zoals Google vieren hoogtij. Dit in tegenstelling tot de krant of zo je wilt De Dorpsketting, waarin informatie aangeboden wordt.
Beide ontwikkelingen gaan nu nog gelijk op en zullen zeker nog een tiental jaren naast elkaar blijven bestaan. Ik waag me niet aan voorspellingen, maar ga er wel vanuit, dat de informatie steeds meer digitaal aangeleverd wordt en dat het vertrouwde beeld van de krant uiteindelijk een keer eindig wordt. Het zal onze tijd zeker uitduren.
Leo Oliehoek