Muizenissen

Het was een super prestatie. Een prestatie van formaat. Ongekend. Wereldformaat. Ik kom eigenlijk woorden te kort voor mijn hardloopprestatie van afgelopen vrijdag, een estafette van 72 kilometer in de omgeving van Apeldoorn. Alleen dachten de mensen om mij heen daar heel anders over… Ik zou eigenlijk de 9,6 km lopen maar het werd de 10,4. Wat maakt die 800 meter dan nog uit moet ik gedacht hebben. Nou, dat heb ik geweten! Toen ik aanzette voor de laatste tweehonderd meter kwam ik mijzelf bij elke stap tegen, zag ik mijn hele leven aan me voorbij gaan en zag ik aan het eind van die meters in plaats van de Finish een fel wit licht…Alle spieren in mijn benen deden pijn. In mijn hoofd woedde een oorlog tussen willen en kunnen: ik wilde die laatste meters sprinten maar mijn benen weigerden dat uit te voeren. Ik viel nog net niet om! Een van mijn teamgenoten was mij al tegemoet gekomen (waar blijft je toch?) en begon mij moed in te praten. Maar het was al te laat…Ik kwam dus niet uit onder het uur, de eindtijd werd om precies te zijn 62 minuten. Tussen twee teamgenoten in werd ik de volgbus in getild en bedankte ik middels een soort gebarentaal voor het aangeboden zuurstof. Wat was ik blij dat het erop zat! En degene die na mij kwam ook want die kon pas vertrekken wanneer ik hem aftikte …en hij had mij toch wel tenminste acht minuten eerder verwacht! Geloof me, dan duurt wachten lang hoor als je even daarvoor je warming up gedaan hebt. Ik heb mezelf stuk gelopen op de heuvels. En op het meiske van een jaar of vijfentwintig…Wij liepen gelijk op maar op een gegeven moment vond mijn mannelijke trots dat ik haar in moest halen want dat stond een stuk stoerder. Die voorsprong behield ik precies vijf minuten want toen kwam zij ineens langszij, aangestuurd door háár vrouwelijke trots, en weer vijf minuten later was ze uit mijn zicht….Hoe diep kan je vallen! Was dit een teken van hogerhand om mij even flink te demotiveren, om mij uiteindelijk te doen beslissen te stoppen met deze sport en me hooguit bezig te houden met een bordspelletje op schoot? Tussen het hijgen door keek ik achterom: ik zal toch niet de laatste zijn? Ja, ik was dus de laatste! Mijn begeleidster op de fiets begon mij nu moed in te praten want ze zag dat het opgeven mij nader stond dan het doorlopen (een man mag niet huilen, toch) en toen besloot ik maar om door te gaan. Dat meisje wat voor mij liep was minstens twintig jaar jonger dus waarom zou ik me druk maken. Dat leeftijdsverschil kon ik dan altijd inbrengen wanneer men mij op mijn eindtijd zou gaan afrekenen. Ik besloot dus om door te gaan en bedacht bij elke dip dat ik over een half uurtje van deze marteling af zou zijn, dat ik de volgende twee dagen lekker vrij was en dat het nog mooi weer zou worden ook. Maar daar tegenover kwam dan weer dat vervelende ettertje op mijn andere schouder die met allerlei smoezen mij tot stoppen wilde dwingen. Maar ik hield vol. Uiteindelijk zijn wij als 26ste geëindigd…van de 29 teams. Ja lach maar, maar ik ben er trots op!
Arjen Veldhuizen