500 ste muizenissen

Voor dat ik over m’n vader ga roddelen, moet ik mij natuurlijk eerst even voorstellen. Ik ben Youri, 13 jaar en de oudste zoon in de Muizenissen. Jullie kennen mij natuurlijk al (want dat heeft m’n vader natuurlijk allemaal al geschreven). Ik vraag me soms wel eens af waar mijn vader dat roddelen over ons vandaan heeft… Ik heb best wel mijn bedenkingen over dat roddelen over mij, zeker in deze tijd, nu ik een grote stap ga maken naar het middelbare onderwijs. Maar ik kan hier nu eens flink met hem afrekenen dus dat is wel weer leuk! Dan beginnen we nu met het roddelen over mijn vader. Mijn vader die: slaapt overdag veel op de bank, laat winden zonder waarschuwing, zit uren(dagen) op de wc, zogenaamd te lezen maar wij noemen dat gewoon stinken. En …………….mmmmmm”. Best moeilijk hoor, schrijven! Ik krijg best zin in dat schrijven maar helaas is dit maar een keer, omdat dit de vijfhonderdste “Muizenissen” is. Over Sven en Sil kan hij wel wat schrijven, dat maakt mij niet zoveel uit. Maar laat ik verder gaan. Hij zeurt ook altijd. Dan zegt hij weer dat ik boe….boe….ehh, ik krijg het niet over m’n lippen maar meestal zegt Sven het altijd maar die is er nu niet. Oké, ik zeg het nu maar zelf: mijn vader zegt altijd dat ik boeken moet lezen. Want dat is goed voor mijn woordenschat of zoiets. Ach, dat geschrijf over ons vind ik best wel geinig. Maar er is ook wel een nadeel aan, want als ik tv ga kijken moet de tv altijd zacht. En dan gaat hij achter zijn computer zitten met een kop koffie of een glas Ice Tea. Daarna zet hij een muziekje op, meestal muziek voor oudjes..hahaha en schrijven maar. Als hij iets niet weet te schrijven gaat hij naar buiten om een sigaretje te roken en dat vind ik stom van hem. En het stinkt. Mijn broertjes en ik helpen hem altijd met de muizenissen, want als wij iets grappigs of geks zeggen of doen dan pakt hij pen en papier en schrijft dat dan op. Maar hij schrijft niet alleen de muizenissen. Hij schrijft namelijk ook de voetbalverslagen van Sven, Sil en mij. Dan loopt hij langs de zijlijn met een blocnote en een pen en krabbelt daar dan van alles op, in een onleesbaar handschrift. Bijvoorbeeld de doelpunten, acties van ons (de teams van Sil, Sven en mij) en nog veel meer. Soms als ik langs hem loop zeg ik wel eens: ‘Heb je dat?!’ ‘Jaaa, het staat op mijn harde schijf!’. ‘ Vergeet je hem dan niet mee te nemen’ zeg ik dan weer want hij vergeet ook heel vaak het een en ander. Ik moet bijvoorbeeld hem bijna wekelijks eraan herinneren dat hij onze crossfietsen nog moet repareren en dan zegt hij altijd: “Ja, maar nu even niet want ik heb van alles te doen..” Zo, tot zover mijn Muizenissen. Mijn vader wil namelijk ook wat schrijven. Dus…… daag.

Voorgaande was dus een van mijn drie irritatiebronnen….euh…inspiratiebronnen. Toen hij er onlangs achter kwam dat de 500ste Muizenissen naderde kwam hij zelf met het idee om ook eens wat te schrijven. Vijfhonderd Muizenissen geleden was hij ’n jaar of twee, werd Sven vorm gegeven bij zijn moeder en was Sil nog in de planning. De goeie ouwe tijd, zeg maar. Want ze zijn dan nog zo lekker klein en hebben nog geen grote monden. Maar aan de andere kant heeft elke leeftijd wel haar charmes. Ik kan niet wachten tot ze de leeftijd bereikt hebben dat ze het nest verlaten! Nee, da’s flauw, dat neem ik terug. Want die gasten houden me wel jong, zowel lichamelijk als van geest. Want een potje voetballen met ze doet je weer beseffen dat alles toch wat strammer wordt en als je voor de zoveelste keer meezingt met een nummer van Supertramp, Boudewijn de Groot of U2 dan ben je een ouwe lul. Mijn wapen daartegen is om de loopschoenen weer aan te trekken en wat kilometers te maken en zo nu en dan hun muziek te beluisteren en te waarderen…en er dan achter komen dat die muziek óók daadwerkelijk leuk kan zijn. Het jumpen bijvoorbeeld heb ik ook van ze geleerd. Alleen ga ik dan weer veel te lang door. Daar kwam ik laatst weer achter toen ik ’s morgens thuis kwam van een nachtdienst. Ik was met de fiets en met MP3 speler nog in de oren klopte ik aan op de schuifpui om de aandacht te vragen van Sven en Sil die, met de slaap in de ogen, op de bank zaten te ontbijten. Op dat moment klonk ineens het nummer ‘Me so horny’ (!) van DJ Porny, ooit op advies van het kroost binnengehaald, in mijn oren en begon ik spontaan te jumpen in de tuin, onder de noemer van kijk jullie vader nou eens, die doet nog lekker mee met de jeugd! In plaats van goedkeurende blikken kreeg ik zwaar commentaar: “Wat doe je?!” ‘Moet je naar de plee of zo?” Na mijn uitleg dat we het hier over jumpen hadden kreeg ik ten eerste te horen dat ik het helemaal niet goed deed en ten tweede dat jumpen allang weer ‘uit’ was..Duuuh! Tot slot wil ik toch nog even terugkomen op enkele zaken die Youri over mij hierboven geschreven heeft. Dat van die winden is een heel natuurlijk verschijnsel, een mens laat er gemiddeld dertien per dag vliegen, dus zo bijzonder is het allemaal niet. Het slapen op de bank is naast schoonheid ook een oplaad slaapje. Siësta zeg maar, en dat is tegenwoordig juist goed gezien in het kadertje ‘onthaasten’. Rustpunten zoeken want we moeten al zoveel. Ik moet bijvoorbeeld volgende week alweer mijn vijfhonderd en éérste Muizenissen schrijven!
Youri en Arjen Veldhuizen