Je hebt wel eens van die weken dat je bij jezelf denkt: “Heb ik dat weer?!” Niks ernstigs hoor, we zijn allemaal gezond dus ik moet eigenlijk gewoon m’n mond houden maar dan blijft het hieronder wit en dat is nu ook weer niet de bedoeling… Nee, het was zo’n week dat bepaalde zaken mij flink in de steek lieten, materiele zaken om precies te zijn. Zo begon enkele weken onze auto al ‘raar’ te doen. Onze ouwe, trouwe Mazda, vier jaar geleden ‘langs de straat’ gekocht voor ‘wènig’, begon sporen van ouderdom te vertonen. Het stuur begon te trillen, de motor sloeg spontaan af en als je een bocht moest maken dan kreunde en kraakte er van alles waarna je spontaan de gordels wat vaster gespte. Ik gaf in eerste instantie de schuld aan de huidige weersomstandigheden en zei daarom tegen mijn gezinsleden dat het wel weer over zou gaan: “Een griepje..!” Mijn vrouw had daar toch duidelijker gedachten over en was snoeihard in haar commentaar: “Je hoort het stuur kraken! Straks breekt ie af!” Huppekee, direct weer drie kinderen in paniek op de achterbank dus moest er weer gesust worden. Normaal was mijn standaard antwoord dan: “Duuuh. Ik hoor nooit ‘geluidjes’!…Je moet gewoon de radio wat harder zetten en lekker doorrijden!” Maar op een gegeven moment stond de radio flink hard en toch hoorde ik ook de geluiden en wist ik dat een afspraak met onze garage onvermijdelijk was. Met lood in mijn schoenen bracht ik de auto weg en eigenlijk wist ik het vonnis al maar ik wilde daar niets van weten. Zevenendertigduizend kilometers heeft deze auto ons veilig van A naar B gebracht en weer retour: naar Leeuwarden toen mijn vader in het ziekenhuis terecht kwam, naar Harlingen voor onze jaarlijkse vakantie, naar Bennebroek voor de verjaardagspartijtjes van het gezin van mijn broer, naar de school om de hoek (ja, ik schaam me diep!) als het weer eens klere weer was, naar de trainingen van mijn zoons en elftalmaatjes bij ons in de omgeving zodat maar één gezin de deur uit moest, naar begrafenissen overal in het land, naar vrienden in bijvoorbeeld Akkrum en Anna Paulowna en natuurlijk naar Stompwijk en hebben we er uiteraard, kilometers en kilometers mee in de file gestaan! En nooit, nooit liet hij ons in de steek! Donderdagmiddag werd ik gebeld door mijn garage…euh…door de eigenaar natuurlijk, en kreeg ik de uitslag te horen. Ik hield mijzelf goed, nam het slechte bericht aan zonder overslaande stem maar ging van binnen helemaal uit mijn dak…Niet om de auto hoor, ben je gek, dat is maar blik en staal enzo, maar meer om het feit dat ik nu weer op pad moet om een geschikte vervanger te vinden. Want dat is net zoiets als een naald vinden in een hooiberg. Eerst ging ik om mij heen vragen wat de ervaringen zijn met bepaalde merken auto’s. Vervolgens ging ik het Internet op en na een uurtje of drie was ik helemaal de weg kwijt, begon ik rare antwoorden te geven aan mijn gezin (Pap, wat eten we vanavond? Gebakken Mitsubishi met Volvoreepjes spek en Astra aardappelen..) en wist ik niet meer wat ik kiezen moest. Ook buiten ging ik raar lopen doen.
Elke auto die passeerde bekeek ik op merk en type, geparkeerde auto’s werden stuk voor stuk door mij uit en doorgelicht en ik kreeg het helemaal warm wanneer ik er een briefje op zag hangen…en daarna weer koud omdat de vraagprijs veel te hoog was! Want ja, geld is mede veroorzaker van de pijn die je hebt want we praten hier natuurlijk niet over een uitgave van een paar tientjes. Een paar dagen geleden ging ik onze privé spullen uit de auto halen en moest ik van mijn kinderen zeggen dat ik de auto maar hartelijk moest bedanken voor al die fijne jaren…Met een brok in de keel keek ik nog ’n keer om…slikte en zuchtte..en hield ik mezelf maar voor: het is maar blik en staal.. Nu is zevenendertigduizend kilometer niet veel. Sommigen rijden zoveel in één jaar dus waar heb ik het over. Maar de rest doe ik op mijn scooter. Mijn ouwe trouwe scooter. Dik vijf duizend kilometer per jaar asfalt vreet dit jochie en laat ook heel wat fijnstofdeeltjes achter maar dat laat ik even links liggen. Want De wet van Murphy komt nu om de hoek kijken en dat is al erg genoeg. Zonder auto ben je gewezen op overige vervoersmiddelen en die hebben wij dus, fietsen en een scooter. Maar omdat ik zaterdagmorgen al zeiknat geregend was op weg naar het voetbalveld met mijn jongste zoon pakte ik die middag toch weer de scooter om naar mijn werk te gaan. Oh…benzine bijna op, effe tanken…Hup, scooter naar achteren trekken en op de standaard! Ik zak ineens door en voel door mijn hele lichaam dat er totaal iets niet klopte in dit scenario. Beduusd sta ik wijdbeens, de scooter ertussen, en zie ik de ravage onder mij tussen de olievlekken: een standaard, wat bouten, een veer en het ergste, een stuk gietijzer van het motorblok waar de standaard aan bevestigd zit. Zát! Na veel gedoe kon ik eindelijk tanken en toen ik betaalde besloot ik de Medewerker van het tankstation mijn ongeluk te vertellen want, immers, gedeelde smart is halve smart. De man keek mij wat lodderig aan, pakte ondertussen het wisselgeld en antwoordde toen, in tegenstelling tot zijn benzine, gortdroog: “Tja, dat is niet standaard!”
Arjen Veldhuizen