“Je moet die bal meer effect geven…of maak een trekbal..” is mijn advies van aan Sven, waarop Youri voorstelt om te amortiseren zodat hij beter kan masseren..Sven zijn voorhoofd fronste, en fronste nog eens waarna dan de uiteindelijke stoot gemaakt werd. Ja! Een carambole op naam van Sven! Zo gaat het hier thuis al de hele week. Inclusief het jargon wat bij biljarten hoort. Dat hebben we van het internet gehaald want ik wist het allemaal niet meer zo. De laatste keer dat ik gebiljart heb, is denk ik, een jaar of dertig geleden. Mijn vader had zo’n tafelbiljart van zijn zwager overgenomen en elke zaterdagavond werd hij tevoorschijn gehaald en kon de strijd beginnen. Maar eerst moesten we naar de kerk, daarna koffiedrinken met een zelfgemaakte tompouce of een kokosmakroon van de bakker en dan pas mocht het biljarten aanvangen. Meestal speelden we met zijn drieën: mijn vader, oudere broer en ondergetekende, maar er waren ook avonden dat één of twee jongens van de Zeevaartschool bij ons de avond doorbrachten en dan een potje meespeelden. Die gasten studeerden aan de Hogere Zeevaartschool en zaten daar dan intern en om ze toch wat huiselijkheid mee te geven vroegen mijn ouders ze altijd om een avondje langs te komen. Dan stonden er dus vier tot vijf kerels om het biljart en de één wist het natuurlijk beter dan de andere en als er dan een stoot misging kwam dat door slecht ‘krijtwerk’ of een biljart wat niet goed ‘liep’. Er waren ook wel avonden dat ik er helemaal niks aan vond maar dat had gewoon te maken met mijn puberteit aanvallen. Ik ging liever naar buiten, naar de kroeg en achter de meiden aan. Dan waren er nog die dood en doodsaaie zondagen in mijn leven en na veel ‘verveelmomenten’ ging ik dan biljarten met mijn vrienden. Mits mijn broer mij weer niet voor was…Als dat zo was kregen ons beider vriendengroepje meestal een leuk potje vechten tussen mij en mijn broer te zien en werd het toch nog een interessante zondag. Och, ik heb wat afgeknokt met die gozert! Mijn tactiek was om hem aan het lachen te krijgen want dan maakte hij niks meer klaar en won ik op alle fronten, ondanks het leeftijdsverschil van drie jaar. Maar soms werd het menens en dan moest er wel iemand tussenbeide komen en dat was ook meestal het punt dat de een afdroop en kon de ander in alle wedergekeerde rust een potje biljarten. Dit soort taferelen heb ik deze week gelukkig nog niet gezien. Het biljart is wel origineel uit die tijd, geheel voorzien van een nieuw laken, bordeauxrood want het groen was op. Toen het biljart terugkwam van renovatie en ik alle banden weer aan elkaar schroefde, vroegen de jongens wel waar nu de gaten zaten..En er zijn maar drie ballen!! Ze dachten dat het een poolbiljart betrof maar na mijn uitleg en wat proefstoten vonden ze het toch wel vet gaaf. De eerste uren dat zij biljarten bleef ik heel dicht in de buurt. Heel dicht bij want ik had geen zin in een keu die het laken testte. Al gauw hadden de mannen het door maar ik was natuurlijk de beste. Nou ja, bijna de beste, want toen een Stompwijker langskwam van het biljartergilde van Ruud & José en hij even wat kunstjes liet zien op de tafel, verbleekten mijn kundigheden als sneeuw voor de zon… Ooit heb ik het geleerd van mijn vader en van het kroegenlopen.
In die kroegen zat elke dag wel een kenner en zodoende had ik een goedkope leerschool (een biertje per advies). Zo bracht ik uren en uren door in de kroeg, met een biertje op de toog en een peuk in de hand. Een peuk in de hand? In de kroeg? Ja, dat waren nog de tijden dat betutteling nog niet in het woordenboek stond van de Overheid, toen mocht je zelfs nog gewoon tegen de kerk aan piessen zonder dat je daarvoor bekeurd werd. Maar dit is nog niet alles. Er komt een tijd dat ook het biertje of het roseetje niet meer mag in de kroeg, met andere woorden, de kroegbaas zal uitsterven. Het wordt er allemaal niet leuker op…..
Arjen Veldhuizen