Categorie archieven: Gearchiveerd

ANGO collecte

Handicap.nl

De collecteweek van Handicap.nl, de fondswervingsorganisatie van de ANGO (Algemene Nederlands Gehandicapte Organisatie), is van 7 t/m 12 juni. Duizenden gehandicapten werden al geholpen dankzij de jaarlijkse collecte. Deze week komen de kinderen van groep 8 bij u aan de deur, laat u ze niet voor niets komen?
Bij voorbaat dank.

A. van Rijn (collecte organisatie) Tel. 5802059

Van de redactie

Geen nieuws ontvangen van Orion en dat geeft mij de gelegenheid om nog een paar regels vol te schrijven. Allereerst wil ik Dorien van Wissen feliciteren, zij is met de Haagse selectie, oudste jeugd, afgelopen zondag Nederlands kampioen geworden. Geweldig!

Dan ben ik afgelopen vrijdagavond op stap geweest in het weidevogelgebeid De Wilck, waar door de agrarische Natuurvereniging Wijk en Wouden een (roof)vogeltocht werd georganiseerd. Ik had hiermee gevolg gegeven aan de oproep die enige weken geleden geplaatst was in de Dorpsketting. Vanuit de omgeving hadden zich 46 personen zich gemeld op het Burmadepad in Zoeterwoude en onder begeleiding van 4 vogel kenners gingen we in groepen op pad. Na de koffie was het aardig droog geworden en konden we op weg. Gelukkig was er een flink aantal mensen in het bezit van een verrekijker, dan zie je pas echt wat zich allemaal tussen het gras begeeft. Vooral als je geïnformeerd wordt door enthousiaste vertellers. Er was het verhaal over de gierzwaluw die nooit aan de grond komt en altijd in de lucht uitrust en alleen op de grond komt op te broeden. De roofvogels hebben we helaas niet gezien, maar ze vliegen er vaak genoeg. Het liefst in de ochtenduren, rond een uur of tien, als de aarde opwarmt en zij zich door de thermiek mee laten voeren. Wel hebben we de op palen zittende kraaien gezien, allen op de uitkijk. De vele weidevogels op hun hoge poten, zodat zij zich makkelijk door het hoge gras kunnen begeven. De broedende zwaan die je nooit je rug moet toekeren, maar altijd strak in haar felle oogjes moet blijven staren. De witte lepelaars en de Nijlgans in het meertje. Het barst ’s avonds van de vogels in het land tussen de koeien en de hazen. Met het blote oog vaak niet te zien, maar met zo’n verrekijker komen ze wel heel dicht bij. Er gaat letterlijk een wereld voor je open.

Petra

Dankbetuiging

Pa leeft voort in onze herinnering, mede door zijn grote collectie foto s, dia s en films, die hij in de loop der jaren gemaakt heeft.
Graag hadden we met z n allen zijn 90ste verjaardag gevierd. Het heeft niet zo mogen zijn. Pa, bedankt voor alles wat U voor ons betekend heeft.

Op 26 april werd hij ten ruste gelegd in het familiegraf op het RK kerkhof van de St.Laurentiusparochie te Stompwijk.

Een dankbare herinnering aan onze zorgzame vader en lieve opa

LOUIS LUITEN

* 21 juli 1914
† 21 april 2004

Uw medeleven, persoonlijk, schriftelijk of in de vorm van bloemen tot uiting gebracht, was voor ons een grote troost. Wij willen u daarvoor oprecht danken.

Kinderen en kleinkinderen
Stompwijk, juni 2004

Parochieberichten

* Telefonische bereikbaarheid:
Pastorie, Dr. van Noortstraat 88, 2266 HA Stompwijk, tel. 071 5801604
Pastoor B. van der Plas, tel. 071 5801215
Koster A. Hilgersom, tel. 071 5801563
* Openingstijden parochiesecretariaat:
Maandag, woensdag en vrijdag van 10.00 tot 12.00 uur
* Verzorging begrafenissen en crematies:
De heer C.G.J. Onderwater, tel. 079 3422906, e mail: info@cuo zm.nl

PAROCHIEBERICHTEN STOMPWIJK
* Woensdag 9 juni 9.00 uur: eucharistieviering, voorganger pastoor v.d Plas
* Zaterdag 12 juni 19.00 uur: woord en communieviering met samenzang, voorganger mevr. Riet van der Ham
* Zondag 13 juni 11.00 uur: woord en communieviering m.m.v. het Parochiekoor, voorganger mevr. Riet van der Ham
* Maandag 14 juni 19.15 uur: vergadering van de wijkcontactpersonen

Gebedsintenties
* Zaterdag 12 juni: overleden armen en weldoeners van de parochie, Joop v.d. Lubbe, Adrianus Overdevest, Nico Groenewegen, Annie Baak Groeneweg, Petronella Waayer Caspers, Louis Luiten, Jaap Olsthoorn, Alida Hilgersom van Stein, Chris v.d. Helm, Cornelis Jacobus Fuchs, Wil Disseldorp, Maria van der Salm Stijnman
* Zondag 13 juni: overleden ouders Vreeswijk van Leeuwen, Gré Hulst van Santen, Cor Janson, Kees Overdevest, overleden ouders van Santen Onderwater, Adrianus Knijnenburg, Johanna Knijnenburg van der Lubbe, overleden ouders Turkenburg van der Kroft, Willem Kroft, Aad van Leeuwen jaargetijde, Reinier Wensveen, Magda van Santen van Paassen, Martin van de Bos, Kees de Jong, Toos van Bohemen Warmenhoven, Adrianus en Wilhelmina van Wijk Ham, Jan van der Salm, tot zekere intentie, overleden armen en weldoeners van de parochie, Nellie v.d. Helm Havik, Maria Adriana Olsthoorn,
Arie van Santen, Petrus v.d. Meer, Cors Oudshoorn, Ronnie de Winter, Louis Luiten, Petronella Waayer Caspers, Chris van der Helm, Cornelis Jacobus Fuchs, Wil Disseldorp, Maria van der Salm Stijnman

Zaterdag 12 juni Zondag 13 juni
lector: Jan Havik Paula van Haaster
communie uitdeelhulp: geen Nel Klijn
koster: John Olijhoek John Olijhoek

KERKDIENSTEN ZOETERWOUDE
* Zaterdag 12 juni Christus dienaar 19.00 uur: eigentijdse viering
* Zondag 13 juni Swetterhage 10.30 uur: viering

Pastoor van der Plas

‘Het leven is niet klein te krijgen’

Relativeren is een kunst waar je gemak van kunt hebben. Het voorkomt een boel spanningen. Pastoor Van de Plas beheerst die kunst. Aan wetten heeft hij een grondige hekel: ‘Had ik al toen ik nog op de priesteropleiding zat’.

‘Al die wetjes, je koopt er niks voor’, vindt de pastoor. ‘De grote lijnen, die moet je in het oog houden. Als je eens wist wat ze vandaag de dag op de priesteroplei ding allemaal aan wetjes moeten leren! Ten tijde van het Romeinse rijk was het al erg, maar nu is er geen doorkomen meer aan. Ik wil er eigenlijk niks van weten. Je moet gewoon niet te veel post open willen maken. Naastenliefde, barmhartigheid, vrede zijn allemaal veel belangrijker. Daar gaat het geloof over en niet over het handenwassen bij de offerande; ik ben vanmorgen nog onder de douche geweest. Het geloof gaat ook over delen en of dat nou brood is of een stukje kaas doet aan de intentie niets af. Alles met elkaar delen, zowel lief als leed.’

34 Priesters
Pastoor van der Plas vierde onlangs dat hij 45 jaar priester is. In 1959 werd hij samen met 33 medepriesterstudenten gewijd in Rotterdam: ‘Het was de laatste grote klas. Daarna zijn ze almaar kleiner geworden.’ Van die 34 nieuwbakken priesters van toen zitten er nu nog 6 in het vak, anderen zijn rustend. ‘Nee, ik heb nooit willen uittreden. We zien elkaar nog regelmatig. Over een paar dagen hebben we weer een reünie. Dan komen ze allemaal.’ De pastoor komt uit een groot gezin. De religieuze beroepen zitten in de familie aan zijn vaders kant: ‘Twee broers van mijn vader waren Benedictijn, twee van zijn zussen waren non. Het hing er nog even om naar welke opleiding ik zou gaan, omdat ieder lid van mijn familie daar iets over te zeggen wilde hebben, want ze hadden allemaal zo hun voorkeuren. Uiteindelijk werd ik naar het internaat in Uden gestuurd bij de Kruisheren. Daarna ging ik naar het grootseminarie in Warmond.’

Roeping
Toen hij 26 jaar was beklom pastoor Van de Plas voor het eerst de kansel. Dat was in Reeuwijk. ‘Nee, ik had geen last van gêne. Ik heb het van het begin af aan een heerlijk vak gevonden. Ik voel me erin thuis. Of het een roeping is? Ik denk het niet hoor. Wat is nou roeping. Als twee mensen zich tot elkaar aangetrokken voelen, spreek je toch ook niet over een roeping? Die hebben gewoon mooie gevoelens voor elkaar. Nou, zo moet je het bij mij ook zien; ik geloof in het bestaan van die ene Christus.’ ‘Ik geef ook godsdienstles op de lagere school en dan vraag wel eens “wie van jullie gelooft er niet”. Dan gaan er altijd handen op. En dan vraag ik of ze me kunnen uitleggen waaróm ze niet geloven. Ze komen altijd met allerlei argumenten. Maar ik wil ze wel helpen om er toch eens goed over na te denken: dan geeft ik graag het voorbeeld dat ze op dat moment toch ook geloven dat hun moeder thuis op ze zit te wachten. Die kun je hiervandaan ook niet zien, zeg ik dan, je gelooft het gewoon.’

Een profeet
‘Het volk Israëls kreeg iedere tweehonderd jaar een profeet. Ik krijg er iedere twéé jaar wel een’ zegt de pastoor. Ter illustratie volgt een mooi verhaal van een ernstig zieke vrouw, die op een nacht in het ziekenhuis bezoek kreeg van haar overleden man. Hij maakte een afspraak met haar om haar te komen halen. Ze schreef de datum op een briefje en overhandigde dat in een gesloten envelop aan de pastoor. Toen ze een aantal maanden later stierf opende de pastoor die envelop na haar begrafenis in het bijzijn van haar zoon. De datum en het tijdstip van de afspraak, die ze met haar man had, klopte tot op een minuut nauwkeurig met het tijdstip van haar overlijden. ‘Dat zijn voor mij godsbewijzen’ zegt de pastoor’ en als je ze wilt zien zijn ze overal. Ik heb genoeg onverklaarbare dingen meegemaakt om te weten dat er meer is dan wat het blote oog aanschouwen kan.’

Drievuldigheid
Hij spreekt graag in overzichtelijke bewoordingen, pastoor van der Plas. ‘Dat je je niet deftig voor moet doen en de dingen gewoon bij de naam moet noemen, heb ik kort na mijn priesterwijding geleerd. Van mijn jongste zus. Ik weet nog precies wanneer dat was. Ik weet zelfs nog exact waar ze stond: het was bij de kerk in Wassenaar. Ik kan je de stoeptegel nog aanwijzen. Het zat zo. Ik ben in ’59 gewijd en had op 24 mei mijn allereerste mis in Wassenaar. De zondag daarna was het Drievuldigheidszondag en ik zou om half acht ’s morgens een mis doen. Mijn hele familie was in de kerk dus ik wilde er iets moois van maken. In mijn preek sprak ik over de triniteit. Na de mis vroeg mijn zus “Waar had je het eigenlijk over? Triniteit? Wat is dat in vredesnaam? Oh, de Drievuldigheid! Kan je dat voortaan niet gewoon zeggen!“’ ‘Moet je je voorstellen: een van mijn eerste missen, mijn hele familie in de kerk: vader, moeder, vier broers en vier zussen. Dat is toch een belangrijk moment, dan wil je zo goed mogelijk voor de dag komen. En dan sta je daar je doel voorbij te schieten. Wat mijn zus toen zei, heb ik altijd goed onthouden. Ik zeg het maar gewoon zoals het is, in het Nederlands. Daar kan je prima mee uit de voeten.’

Ontkerkelijking
De pastoor is niet onder de indruk van het onderwerp ontkerkelijking. ‘Vroeger moest je iedere zondag naar de kerk. Daar was geen ontkomen aan en de pastoor hielp je dat wel herinneren. Maar wat denk je, dat was ook een financiële kwestie! Hoe meer gelovigen in de kerk, hoe beter het is voor het collectezakje. En dat die moskeeën zo vol zitten, nou dat valt reuze mee hoor! Kijk, kerken zijn in wezen ontmoetingsplaatsen en zo’n moskee vervult gewoon een sociale functie.’
‘Ik had ooit, als deken, een gesprek met mensen van het Bisdom over de kwestie of er een kerk moest komen in Ypenburg. Wat of ik daar van vond. Wel, ik heb toen geadviseerd aan weerskanten van Ypenburg twee maal twee huizen te kopen, de muren er tussenuit te breken zodat je een mooie grote ruimte krijgt en aldaar de bijbel open op tafel te leggen. Dan heb je een fijne ontmoetingsplaats voor mensen en daarmee voorkom je een heleboel vereenzaming. Kijk, vroeger zaten de mensen met gróte gezinnen rond de tafel. Opa en oma er bij, en hier en daar nog een loslopende oom of tante die een vorkje mee kwam prikken. Als de echtelieden mot met elkaar hadden dan hoefden ze onder het eten niks tegen elkaar te zeggen want er waren genoeg anderen om mee te praten. Dat is tegenwoordig echt anders: de gezinnen zijn een stuk kleiner en als de kinderen de deur uit zijn, zitten die ouders mekaar maar een beetje aan te koekeloeren.’

Ontmoeting
‘Er is veel eenzaamheid onder de mensen en op dat gebied is er voor de kerk een schone taak weggelegd. Ontmoetingsruimtes moeten het worden, al die kerkgebouwen. Voor mij hoeven de mensen echt niet per se iedere zondag naar de kerk om te geloven. Loop gerust door de natuur en dan zie je vanzelf: het leven is niet klein te krijgen.’ ‘Mensen vinden het leuk hoor, om samen iets te doen. Vind ik zelf ook. Toen ik jarig was kwam mijn hele familie, van jong tot oud. Vijftig man zaten er hier in de tuin en ik heb ervan genoten. Of neem afgelopen Pinksteren. Toen hadden we een tentoonstelling in de kerk vanwege het 100 jarig bestaan van de Sint Jan. Ik dacht daar moeten we dit jaar maar eens iets moois van maken. Dat is gelukt: ik denk dat er ’s middags zeker zo’n 600 man aanwezig was.’

Eb en vloed
Enkele jaargenoten van de pastoor zijn missionaris geworden. Hij had de gewoonte er om het andere jaar één te bezoeken. Dat bracht hem in exotische oorden als Indonesië, Afrika, Brazilië, Argentinië. ‘In die landen gaan ze veel meer ontspannen met het geloof om. Het leven is er sowieso veel minder aan regeltjes gebonden dan hier. Ik weet nog dat ik een keer met de missionaris mee zou gaan om een huwelijk in te zegenen. Dat was in Brazilië. We moesten met een boot een stuk de rivier op, maar om de een of andere reden vertrok die niet op tijd zodat we halverwege, toen het eb werd, op een zandbank strandden. En wat denk je: geen mens die er zich over opwond. De missionaris in kwestie ging gewoon een poosje zwemmen!’ De pastoor raakt opgetogen: ‘Weet je wat hij zei: “Ach zonder mij wordt er toch niet getrouwd en sinds eb en vloed buiten onze macht vallen, kunnen we er maar beter het beste van maken.”’ De huwelijksinzegening ging uiteindelijk gewoon door, alleen iets later dan gepland en van de mannelijke bruiloftsgasten waren er slechts drie aanwezig. De rest had de dag benut om alvast wat te drinken.

Een reiziger
Dat de pastoor zich niet in een keurslijf laat dwingen blijkt eens te meer uit het volgende voorval. Er was weer een huwelijk aanstaande en de bruid in kwestie was onderwijzeres. Het probleem dat zich dreigde voor te doen, was dat de kindertjes nog te klein waren om zich gedurende de verschillende onderdelen van het protocol stil te houden. De ambtenaar van de burgerlijke stand zou op de grote dag het huwelijk op een boerderij voltrekken en daarna moest het hele gezelschap naar de kerk worden vervoerd. Dat zou de nodige onrust geven onder het klasje van de juf. Wat te doen? Het probleem was een kolfje naar de hand van meneer pastoor; hij verzon ter plekke een op maat gesneden oplossing: in plaats van dat het bruidspaar met kinderschare naar de kerk zou komen, zou de pastoor zich op de boerderij vervoegen om aldaar het huwelijk in te zegenen. Het was een gouden greep. Het paar werd tegen de achtergrond van een hele schare rustige kindertjes in de echt verbonden. Als daar geen zegen op rust! Het nieuws over deze onorthodoxe gang van zaken ging op vleugels door de polder. Met als gevolg dat er nu nog meer verzoeken liggen voor huwelijksinzegeningen elders. Ineens is de pastoor een reiziger geworden. Bijna zoals dat ook heel vroeger ging.

Verhalen
Hij is een voorkomend gastheer, pastoor van der Plas. Hij serveert een kopje thee en een waarschuwing voor het afstapje. Een onderhoudend verteller is hij ook; de verhalen rollen als knikkertjes over de tafel. In willekeurige volgorde vertelt hij over de reformatie en over het ontstaan van de kerken in Zoeterwoude. Het Romeinse rijk en de Emmaüsgangers passeren de revue alsmede het inbraakwerend vermogen van een netwerk van koerende tortelduifjes. Dat hij ooit twee dekenaten had, wordt aangestipt en het feit dat hij ooit in Maasdijk een kerk bouwde en de financiering daarvan zo simpel doch profijtelijk had opgezet: ‘Je moet er gewoon niet al te veel verstand van hebben’. Van elk van de schilderijen die in zijn spreekkamer hangen kent de pastoor de geschiedenis. De sombere mannen, die deftig geportretteerd aan de muur hangen, zijn één voor één goed voor een verhaal. Moeiteloos schudt hij ze uit zijn mouw. Als ik alles uit zou schrijven had ik genoeg materiaal voor een vervolgverhaal in zeven delen.

Een kropje sla
Naast zijn kerkelijke bezigheden zijn de dagen van pastoor van der Plas gevuld met sociale verplichtingen. Zodadelijk gaat hij op de fiets nog een paar parochianen langs. En mochten hem onderweg een paar bruikbare gedachten voor de preek invallen, dan schrijft hij die op een kartonnetje dat in de borstzak van zijn overhemd past. Drie regels zijn genoeg voor één preek. Hij legt zichzelf ook wat dat betreft geen wetjes op. Alleen studeren doet hij wel volgens een vast patroon. Elke avond om elf uur gaat hij er voor zitten. Op het ogenblik bestudeert hij de resultaten van de opgravingen uit de catacomben in Rome. Hij is gefascineerd door wat hij daarover leest. Ik zie aan zijn gezicht dat er inspiratie opwelt voor nóg een mooi verhaal. Maar ja, ik moest toch maar eens naar huis gaan. Dat kwam eigenlijk wel goed uit. Kon meneer pastoor nog een paar kroppen sla uit de tuin plukken: ‘Dan kan Annemiek ze alvast klaarmaken.’

Thea Ambagtsheer

Niet te veel tegelijk willen

Een zeer geslaagde bijeenkomst in het Dorpshuis heeft vorige week duidelijk gemaakt waarvoor Stompwijk zich de komende jaren sterk moet maken. We mogen de dorpsraad wel dankbaar zijn voor dit uitstekende en goed voorbereide initiatief. Het mag trouwens wel eens gezegd dat we momenteel de beste dorpsraad sinds jaren hebben!

Onder leiding van Koos van Wissen leverde de bijeenkomst een aantal belangrijke constateringen op. Het besef leeft dat we in Stompwijk niet te veel tegelijk moeten willen. We kunnen niet èn een hoog voorzieningenniveau hebben, èn de bedrijvig heid uitbreiden èn op grote schaal huizen bouwen èn het weidelandschap plus dorpskarakter behouden. Stompwijkers die willen wonen in een omgeving die voor ‘dynamisch’ en ‘passend bij de moderne tijd’ wordt gehouden (met veel keuzemogelijkheden voor wonen, recreëren, dienstverlening, horeca et cetera) doen er verstandig aan te verhuizen. Een houding van ‘Wij eisen… en wel nú!’ zal Stompwijk geen goed doen. Terecht merkte een spreker op dat de met geldgebrek kampende gemeente zulke eisen onmiddellijk aangrijpt om Stompwijk een bouwlocatie à la Leidschenveen door de strot te duwen. Als lid van het bestuur van Erfgoed Leidschendam kan ik de Stompwijkers trouwens verzekeren dat de vereniging zich krachtig en tot het uiterste zal verzetten tegen verdere aantasting van het laatste restje agrarisch cultuurlandschap dat we in onze regio nog overhebben.

Winst is ook het idee zorgvoorzieningen in Stompwijk te combineren in een zogeheten kulturhus (zie het verslag van de bijeenkomst in deze Dorpsketting). Een kleinschalige en zeer creatieve oplossing die is geënt op de specifieke Stompwijkse omstandigheden. Prima!

Maar kritiek is óók nodig. Ik vind dat de Dorpsraad te veel accent legt op ‘vergrijzing’ en ‘het teruglopen van het voorzieningenniveau’. Dertig jaar geleden maakte men zich daar in dorpen als Stompwijk nog terecht zorgen over. Maar in een tijd waarin vrijwel ieder huishouden beschikt over één of meer auto’s en moderne communicatiemiddelen (internet!), komt het een tikje potsierlijk over om Stompwijk als een afgelegen en sociaal begrensde gemeenschap te zien. Stomp wijk is door deze ontwikkelingen in geografisch opzicht eerder te beschouwen als een buitenwijk van zowel Leidschendam Voorburg als Zoetermeer en Zoeterwoude, met veel open groen er omheen. In administratief opzicht zit het vastgebakken aan Leidschendam Voorburg, maar veel Stompwijkers zijn (het werd tijdens de bijeenkomst al vastgesteld) veel meer op Zoetermeer en Zoeter woude georiënteerd. Ik kan geen goede reden bedenken waarom voor Stompwijk specifieke maatregelen genomen moeten worden om de vermeende (nooit bewezen!) gevaren van zoiets geleidelijks als ‘vergrijzing’ te rechtvaardigen. We hoeven hier toch niet dolgeworden politici te gaan na apen die ‘vergrijzing’ aangrijpen om het land op te stuwen tot nog hogere economische prestaties en de kosten daarvan (milieu achteruitgang, verrommeling van de leefomgeving) steevast negeren?
Ik adviseer de Dorpsraad eens op werkbezoek te gaan in de gemeente Schipluiden. Men heeft zich daar niets aangetrokken van paniekerige discussies over ‘vergrijzing’ en afnemende voorzieningen. Schipluiden is gewoon zichzelf gebleven en daardoor nu een oase in een regio waar de kwaliteit van leven door oprukkend beton, asfalt, glas en stinkend blik onder grote druk is komen te staan.

Ook op de beweerde noodzaak van woningbouw in Stompwijk valt wel wat af te dingen. Het huidige liberale huisvestingsbeleid maakt inderdaad, dat Stompwijkse jongeren niet gemakkelijk in hun dorp kunnen blijven wonen als ze geen rijke pa of moe hebben. Maar datzelfde beleid heeft ook een groot voordeel: Stompwijkse jongeren kunnen veel gemakkelijker dan vroeger in elke gemeente gaan wonen. Het is trouwens maar weinig Nederlanders gegeven om op of nabij de plek te blijven wonen waar ze zijn geboren.
Het vleugje voorrangsrecht dat jongeren in Stompwijk nu genieten, zet weinig zoden aan de dijk. Maar het is zeer de vraag of ze er echt bij gebaat zullen zijn als er een nieuwe wijk wordt bijgebouwd. Ook de uitbreidingen van de jaren negentig hebben voor deze groep weinig opgeleverd. ‘Eigen volk eerst’ scenario’s doen het kennelijk in het algemeen niet goed in een tijd waarin verbanden steeds groter worden. Wellicht kan een simpele aanscherping van het huidige voorrangsrecht voor jongeren veel goed doen: iedere koop of huurwoning die vrijkomt, dient eerst aan een inwoner van Stompwijk te worden aangeboden. En voor het overige is het inderdaad zoals Rabo directeur Frank van der Voort het zei: Stompwijk is geen eiland, maar een deel van een groter geheel. Daar hoort geen exclusief bewoningsrecht voor Stompwijkse jongeren bij.

Jos Teunissen

Verslag Dorpsraad

Verslag van de bijeenkomst georganiseerd door de Dorpsraad met als onderwerp de Toekomstvisie Stompwijk.
Datum: 1 juni 2004.
Plaats: Dorpshuis Stompwijk.
Aanwezig: ongeveer 45 belangstellenden en 5 leden van de Dorpsraad.

De bijeenkomst wordt om 20.00 uur geopend door Koos van Wissen. Hij heet een ieder welkom en zegt dat hij blij is met de grote belangstelling. Verder vertelt hij dat de Dorpsraad een Toekomstvisie voor Stompwijk heeft opgesteld. Het is de bedoeling dat deze (concept ) notitie vanavond met de Stompwijkse bevolking wordt besproken. Zonodig zal de notitie, naar aanleiding van opmerkingen die vanavond worden gemaakt, worden bijgesteld. Hierna zal de notitie aan het college van Burgemeester en Wethouders en de gemeenteraad worden aangeboden. De Dorpsraad wil door middel van deze toekomstvisie een voorzet geven voor discussies over de gewenste ontwikkelingen voor ons dorp. In deze visie komen diverse onderwerpen aan de orde, zoals leefbaarheid en voorzieningenniveau, behoud van de groene ruimte, bedrijvigheid, woningbouw in Stompwijk, ed. Op 16 juni zal de Dorpsraad deze visie presenteren en bespreken met de cie openbaar gebied van de gemeenteraad. Koos geeft aan dat de discussie over de toekomstvisie wordt gevoerd aan de hand van stellingen die over de verschillende onderwerpen zijn opgesteld. In dit verslag zijn de belangrijkste conclusies opgenomen.

De kenmerken van ons dorp:
* De groene ruimte.
De aanwezigen realiseren zich dat het wellicht uit economische oogpunt moeilijk zal worden, maar vinden het belangrijk dat het agrarische landschap behouden blijft. Het weidelandschap moet behouden blijven zonodig met behulp van subsidie. Het wordt belangrijk gevonden dat ook in de toekomst de boer als beheerder van het weidelandschap kan functioneren.
* Het dorpse karakter.
Het wordt belangrijk bevonden dat het dorpse karakter behouden blijft. Stompwijkers kennen elkaar en komen voor elkaar op (“ons kent ons”). De onderlinge solidariteit vinden de aanwezigen belangrijk. Het dorpse karakter zou verloren kunnen gaan als het aantal te bouwen woningen in een keer te veel zou worden. Als positief voorbeeld wordt genoemd de geleidelijke bebouwing die in Zoeterwoude heeft plaatsgevonden. Als negatief voorbeeld de bouw van het grote aantal woningen in Nootdorp.

De voorzieningen:
* Een kulturhus
De Dorpsraad heeft vernomen dat elders in Nederland positieve ervaringen zijn opgedaan met de exploitatie van een z.g. kulturhus. Dit is een (multifunctionele) voorziening die door een diversiteit van gebruikers kan worden benut, zoals een postagentschap, een 24 uursbereikbaarheidspost, consultatiebureau, dokterspost, bibliotheek e.d. De verschillende gebruikers kunnen het gebouw, afhankelijk van de behoeften, voor één of meerdere dagdelen per week gebruiken. Het is eigenlijk een slim gebruik van één locatie waardoor de huisvestings en beheerskosten tot een minimum beperkt worden. De Dorpsraad wil zich inzetten om een dergelijke voorziening in Stompwijk ook mogelijk te maken.
* Een 24 uurs bereikbaarheidpost.
De aanwezigen vinden een dergelijk centrum waaruit de noodzakelijke zorg kan worden geleverd aan bijvoorbeeld ouderen belangrijk. Het is wel noodzakelijk dat er voldoende woningen gebouwd worden voor ouderen en andere zorgbehoeftigen. De aanwezigen vragen zich wel af of een dergelijk project uit financieel oogpunt haalbaar is. Wellicht kan de wet Maatschappelijke Ondersteuning, die vanaf 2005 wordt ingevoerd, financiële ruimte bieden. Enkele aanwezigen doen het voorstel om een dergelijke post door vrijwilligers te bemannen. Ongeveer 75% van de aanwezigen is voorstander van een 24 urige bereikbaarheidspost.
* Een postagentschap.
Een gedeeltelijke openstelling (bijvoorbeeld enkele dagdelen per week) wordt zeer op prijs gesteld. Het niet kunnen bezorgen en afhalen van poststukken in Stompwijk wordt vooral als een gemis gevoeld. Voor ouderen zijn bankzaken ook belangrijk; jongeren bankieren veelal met behulp van de pc.
* Een filiaal van de Rabobank.
Het is niet waarschijnlijk dat er weer een filiaal van een (RABO)bank in Stompwijk komt. Commercieel gezien is dit niet haalbaar. Van de tijdelijke 2 weekse extra busverbinding van en naar de Rabobank in Zoeterwoude is vrijwel geen gebruik gemaakt.
* Openbaar vervoer van en naar Leidschendam/Voorburg.
Geconcludeerd wordt dat veel Stompwijkers over een auto beschikken en dat er een prima busverbinding is van en naar Leiden en Zoetermeer. Toch zijn de aanwezigen van mening dat het een gemis is dat er vooral voor de oudere dorpsbewoners een busverbinding van en naar Leidschendam Voorburg ontbreekt.Voor bezoeken aan bijvoorbeeld het gemeentehuis, de GGD en het ziekenhuis is de beltaxi geen alternatief. De Dorpsraad geeft aan dat zij eerder bij de gemeente heeft aangegeven dat kleine busjes, zoals die rijden in Zoeterwoude en Voor burg, wellicht een alternatief zouden kunnen zijn. Deze busjes worden door vrijwilligers bestuurd.
* Overige voorzieningen.
Enkele aanwezigen zijn van mening dat Stompwijk behoefte heeft aan een opvangplaats (met activiteiten) voor jongeren die regelmatig open is. Zij menen dat een JOP hierin niet kan voorzien en stellen voor om het Dorpshuis op enkele dagdelen per week hiervoor open te stellen. Ook een activiteiten en ontmoetingsplek voor ouderen wordt gemist in Stompwijk.
Andere vinden het wenselijk dat er weer een winkel komt waar drogisterijartikelen gekocht kunnen worden.

Het verkeer:
* Het weren van vrachtverkeer uit de dorpskern.
De Dorpsraad legt aan de aanwezigen de stelling voor of zij bereid zijn de consequenties te aanvaarden van het zoveel mogelijk weren van vrachtverkeer uit de dorpskern. De aan wezigen zijn het met deze stelling eens maar vinden het wel noodzakelijk dat er een alter natief komt voor het parkeren van vrachtauto’s buiten het dorp. Zij vinden het een slechte investering als de Stompwijkseweg en de Dr.v.Noortstraat worden opgeknapt en het zware vrachtverkeer niet wordt geweerd. De aanwezigen zijn overigens van mening dat een rondweg om het dorp het beste alternatief zou zijn.
* Ontsluitingsweg.
De aanwezigen vinden het wenselijk dat onderzocht wordt of het mogelijk is om het tuin bouwcentrum en het daarbij gelegen bedrijventerrein te ontsluiten waardoor het vrachtverkeer niet meer door de dorpskern gaat. In verband met de drukte op de provinciale weg vinden enkele aanwezigen het beter dat onderzocht wordt of een ontsluiting mogelijk is door een weg langs de A4 of via de Stompwijksweg richting Leidschendam.

Woningbouw:
* Bouwen in Stompwijk.
De meeste aanwezigen vinden het wenselijk dat er in Stompwijk woningen gebouwd worden. Vrijwel iedereen is voor het bouwen van woningen voor (oud) Stompwijkers, maar ook niet Stompwijkers zijn welkom. Het wordt belangrijk gevonden dat eerst onderzocht wordt aan wat voor soort woningen behoefte is. De Dorpsraad heeft vorig jaar aan de gemeente verzocht een dergelijk onderzoek te laten plaatsvinden en zou graag bij dit onderzoek betrokken willen worden. Over het algemeen wordt verwacht dat dit woningen voor ouderen en jongeren betreft. Hierdoor komt er meer doorstroming in de bestaande woningen. Ook woningen in de sociale sector en duurdere koopwoningen zouden gebouwd moeten worden. Vrijwel alle aanwezigen zijn van mening dat er beperkt en gefaseerd gebouwd moet worden. Op de vraag van de Dorpsraad aan hoeveel huizen men denkt, geeft de grote meerderheid de voorkeur aan het bouwen van gemiddeld zo’n 25 huizen per jaar voor een periode van bijvoorbeeld 10 jaar. In totaal dus zo’n 250 woningen. In verband met de economische haalbaarheid zou het wellicht wenselijk zijn dat er in het eerste jaar wat meer gebouwd gaat worden. Voor de financiering van de sanering van de verspreid liggende glastuinbouwbedrijven zal het mogelijk noodzakelijk zijn dat er in eerste instantie ook wat duurdere koopwoningen gebouwd worden.
De aanwezigen vinden het bouwen van woningen o.a. belangrijk voor het in stand houden van het huidige voorzieningenniveau zoals de supermarkt en de pinautomaat van de Rabobank. Zoals eerder gezegd vinden de aanwezigen het, in verband met het behoud van het dorpse karakter van Stompwijk, niet wenselijk dat er te veel huizen in een keer gebouwd worden. Een van de aanwezigen wijst er op dat bij een (te) grote uitbreiding mogelijk de capaciteit van de school (tijdelijk) onvoldoende zou zijn waardoor er voor een korte periode weer extra (nood)voorzieningen moeten komen. Dit wordt als een groot nadeel gezien.
* Waar te bouwen?
De meerderheid is voor het behoud van de groene buffer tussen Stompwijk en Zoetermeer, Zoeterwoude en Leidschendam. Zij vinden het daarom niet wenselijk dat bijvoorbeeld in de Meerpolder huizen gebouwd worden. Ook uit cultuur historische overwegingen is bouwen in deze polder ongewenst. Als er gebouwd wordt vindt men vrijwel unaniem dat dit dient te geschieden rond de dorpskern van Stompwijk (in de Westeinderpolder of achter de kerk).
Verder zou het wenselijk zijn dat voormalige agrarische gebouwen een woonbestemming kunnen krijgen. Hierdoor wordt de verrommeling van het polderlandschap wellicht tegen gegaan.

Overige zaken die vermeld dienen te worden in de Toekomstvisie van Stompwijk.
* Tot slot informeert Koos of de aanwezigen verder nog aanvullingen of opmerkingen hebben die in de concept notitie verwerkt zouden kunnen worden of dat er andere zaken zijn waar de Dorpsraad te zijner tijd aandacht aan dient te besteden.
Naar aanleiding hiervan wordt opgemerkt dat men het belangrijk vindt dat de Meerlaan en de Dr.v.Noortstraat verkeersluw worden gemaakt en de snelheid op deze wegen wordt beperkt. Verder wordt er aandacht gevraagd voor het soort klinkers waarmee de Dr.v.Noortstraat en de Stompwijkseweg bestraat worden. Met nieuwe klinkers zal het wegdek naar verwachting minder verzakken. Tot slot zegt een van de aanwezigen dat zij het belangrijk vindt dat na het bestraten van de Dr.v.Noortstraat op bepaalde delen het parkeren verboden wordt, zodat tegemoetkomend verkeer elkaar gemakkelijker kan passeren

Om ongeveer 22.00 uur wordt de bijeenkomst door Koos afgesloten, waarbij hij een ieder bedankt voor zijn of haar inbreng. De opmerkingen zullen zoveel mogelijk in de notitie worden verwerkt voordat hij aan de gemeente wordt aangeboden. De definitieve notitie zal vanaf half juni ter inzage liggen in de bibliotheek en op de website van de Dorpsketting worden geplaatst.

Namens de Dorpsraad, Aad Janson