Gezinnen met een laag inkomen met schoolgaande kinderen hebben het financieel zwaar, zo blijkt uit onderzoek. Wethouder Nadine Stemerdink: “Iedereen moet mee kunnen doen, ook als je ouders een laag inkomen hebben. Een keer naar de bioscoop, lid worden van een sportclub of een computer om je huiswerk te maken, allemaal belangrijk om erbij te horen.” Het Rijk heeft extra middelen beschikbaar gesteld om mensen met een laag inkomen financieel te ondersteunen, de Klijnsma gelden. Op voorstel van de gemeenteraad is een deel van dat geld uitgegeven aan de schoolspullenpas. Het college stelt nu aan de gemeenteraad voor om het resterende deel van dit geld in te zetten om gezinnen met een laag inkomen met schoolgaande kinderen extra te ondersteunen. Het college stelt voor om de minimaregelingen uit het kindpakket beschikbaar te maken voor een grotere groep mensen. Stemerdink: “Door de regeling te verruimen kunnen we nog meer kinderen helpen.”
De voorgestelde regelingen
- Gezinnen met schoolgaande kinderen met een inkomen van 110% tot 130% van bijstandsniveau krijgen een tegemoetkoming van 50% in de school-, sport- en cultuurkosten en 100% tegemoetkoming voor een computer, tablet en internetkosten. Eerst was die regeling er alleen voor gezinnen met schoolgaande kinderen met een inkomen van 110% van bij standsniveau.
- Voor gezinnen met schoolgaande kinderen wordt de tegemoetkoming voor school- sport en cultuurkosten opgehoogd met 2%.
Sociale conferentie
De ideeën voor de besteding van de Klijnsma gelden komen voort uit de sociale conferentie waar gemeente en maatschappelijke partners zoals de voedselbank, stichting leergeld en schuldhulpmaatjes, met elkaar hebben gesproken over het minimabeleid. Het huidige minimabeleid loopt van 2015 tot en met 2018. Tijdens de conferentie zijn ook ideeën opgehaald voor het nieuwe minimabeleid, dat ingaat in 2019. Een van de voorstellen is bijvoorbeeld het opzetten van een platform waar maatschappelijke partners elkaar gemakkelijk kunnen vinden en ideeën kunnen delen. In 2018 praten de partijen verder over het nieuwe minimabeleid.
Raad akkoord
Wanneer de gemeenteraad akkoord gaat wordt het voorstel voor de inzet van de Klijnsma gelden ingevoerd.
Neem voor meer informatie contact op met Team communicatie,
Marthe Mooijekind, 070 300 9060 of m.mooijekind@lv.nl
We begonnen (ondanks haar verkoudheid) met een mooie viering, onder leiding van Marianne Turk. Na de dienst naar de overkant voor koffie met gebak. De borrel kwam op tafel en Marian sprak ons bij, over haar nieuwe project. Over nabestaande hulp bij het overlijden van onze naaste. Financieel en kerkelijk. Zij heeft daar een mooie duidelijke flyer voor ontworpen. Wij wensen Marian heel veel succes bij het uitvoeren hiervan.
Na de lunch, uiteraard met een kroket, kwam Michel ons vermaken met leuke liedjes, die hij met een verhaaltje tussendoor aan elkaar verbond. Er kwamen veel namen in voor, o.a. Anny hou jij mijn tassie effe vast, of rozen voor Coby. Iedere naam, die in een liedje voorkwam werd vereerd met een foto van Michel. Goed voor zijn reclame.
Na het dankwoordje van Joop Schrader kregen we nog een borrel, en gingen we na de griepspuit van Dr. Barendse weer tevreden naar huis.
Op vrijdag 6 oktober, was er een kledinginzameling voor Mensen in Nood (Sam’s Kledingactie). Deze inzameling heeft maar liefst 82 volle zakken met kleding opgeleverd.
Tim Oliehoek vindt dat hij voor het maken van een speelfilm maar weinig erkenning krijgt. Daarom is hij tegenwoordig vooral druk met televisie. Dat vertelt hij in gesprek met Het Parool. Na een reeks bioscoopfilms werkte Oliehoek de laatste jaren aan series als Celblok H, Bureau Raampoort en De Zaak Menten. Een bewuste keuze? “Niet echt, maar toen het werd uitgezonden realiseerde ik me de kracht van het medium televisie ineens. Mensen hadden het erover“, zegt hij. Dat had Oliehoek ‘eigenlijk nog nauwelijks meegemaakt op die manier’. “Je werkt drie jaar aan een speelfilm, dan gaat hij de bioscoop in. Als filmmaker werk je al die tijd met het idee dat iedereen op jouw film aan het wachten is. Bij Wiplala hadden we 300.000 bezoekers. Dat schijnt aardig te zijn, maar na een paar weken was de film alweer uit de bioscoop. Toen dacht ik wel even: was dit het? Heb ik hier drie jaar voor gewerkt?” Daarna kreeg de film nog wel wat prijzen in Amerika en India. “Maar de erkenning heb ik in Nederland wel gemist. Dat maakt wel dat de urgentie groot moet zijn, wil ik weer een speelfilm maken.” Waar Oliehoek vroeger film als het hoogst haalbare zag, is hij nu minder ambitieus. “Nu ik ouder word – over twee jaar ben ik veertig – merk ik wel dat ik niet meer een film hoef te maken om maar een film te maken.” “Ik ben nog steeds wel ambitieus, maar op een andere manier“, besluit hij in de krant.
Bron: Media courant, 16 oktober 2017
In een dagboek beschrijft Hendrik Groen zijn leven in een verzorgingshuis in Amsterdam-Noord. Hij mag dan wel oud zijn, hij is nog lang niet dood. Samen met enkele andere bewoners van het verzorgingstehuis richt hij de rebellenclub Omanido op: oud maar niet dood. Want, waarom zou het leven alleen nog moeten bestaan uit koffie drinken achter de geraniums en wachten op het einde?
Waar de herfst eigenlijk al was begonnen,
,
Het komt de laatste tijd voor dat ouderen beroofd worden met een babbeltruc. Iemand doet zicht voor als loodgieter of medewerker van een bedrijf en ouderen laten deze mensen in goed vertrouwen hun huis binnen.
De politie waarschuwt met klem voor oplichters. Babbeltrucs zijn smoesjes waarmee oplichters proberen mensen te beroven. Deze oplichters zien er vaak heel betrouwbaar uit en komen vriendelijk en vertrouwenwekkend over. Van tevoren hebben zij al heel goed nagedacht over welke smoes zij vertellen en weten hun verhaal daarom erg geloofwaardig over te brengen.